Filosofisch Café Nijmegen

De Strijd tussen de Seksen

door Bianca Janssen

6 oktober 2009

Het is u vast opgevallen: het is Darwinjaar. Dit jaar vieren we dat Darwin 200 jaar geleden is geboren en 150 jaar geleden zijn meest beroemde boek On the origin of species publiceerde. Overal worden festiviteiten georganiseerd en zowel Darwin als zijn theorie staan volop in de belangstelling. Wij weten nu dat we van een bepaald soort mensapen afstammen; dat we een gemeenschappelijke voorouder delen met de chimpansee en de bonobo en zelfs met de gorilla als we maar ver genoeg terug gaan. We hebben geleerd dat er een strijd is om het bestaan, dat de natuur selecteert en dat de fitsten overleven. En na miljoenen jaren van evolutie zijn wij mensen ontstaan: U en ik behoren tot een intelligente, sterke, dappere soort, een echte overlever! Dat is wel een feest waard, vindt u ook niet?

Het onderzoek naar de evolutie van de mens heeft 150 jaar na de Origin tot het inzicht geleid dat vrouwen steeds mooier worden. Jazeker! U heeft het deze zomer allemaal in de krant kunnen lezen: vrouwen worden steeds mooier, mannen blijven hetzelfde oeruiterlijk houden. Dit is de uitkomst van een onderzoek van de Finse evolutionair psycholoog Markus Jokela. Nog meer reden voor feest zou ik denken. We hebben ook geleerd dat mannen jagers zijn en vrouwen zorgzaam. Darwin legde het al uit in zijn Descent of man:

‘…de vrouw schijnt van de man te verschillen in mentale aard, hoofdzakelijk door haar grotere tederheid en geringere zelfzuchtigheid…Het hoofdonderscheid in de intellectuele vermogens van de twee seksen is daarin zichtbaar dat de man, wat hij ook onderneemt, een hoger niveau bereikt dan de vrouw bereiken kan – of dit nu diep nadenken, rede of fantasie vereist, of louter het gebruik van de zinnen en handen.’

Darwin geeft ook een verklaring voor dit verschil. Mannen strijden om de vrouwen, vrouwen kiezen de sterkste man. Door de strijd tussen de mannen hebben natuurlijke en seksuele selectie er uiteindelijk toe geleid dat de man superieur is geworden aan de vrouw.

Een ware strijd tussen de seksen…

Hm…

Carl Vogt, een Duits socialist en enthousiast aanhanger van Darwin, ging zelfs nog verder. Hij vond dat we er zeker van mogen zijn dat ‘waar we [bij mensen] een benadering van het diertype zien, de vrouw daar dichter bij zit dan de man. We zouden dus een grotere [aapachtige] gelijkenis moeten ontdekken wanneer we de vrouw als onze standaard nemen.’

Wow! Dit klinkt alsof de vrouw niet echt mee doet in de evolutie. Zou deze cartoon dan toch geen grap zijn? De man evolueert door zijn energie en strijdlust, hij verslaat alle tegenstanders, overwint alle tegenslag…en de vrouw sukkelt er al zorgend achteraan. Vieren we dit jaar dat we een wetenschappelijk excuus hebben voor seksisme?

Dit moet een 19de eeuws artefact zijn. Evolutie is een serieuze wetenschap en in serieuze wetenschap is geen plaats voor vooroordelen over de verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Als we het onderzoek en de theorievorming over de evolutie van de mens in de twintigste eeuw bekijken, dan zien we vast objectieve hypothesen. Al tijden zoeken paleoantropologen, experts op het gebied van de fossiele mensensoorten, een verklaring voor het rechtoplopen en de grote herseninhoud, de twee belangrijke menselijke eigenschappen. In de jaren 60 van de vorige eeuw was de hypothese dat de mens als jager op twee benen een voordeel had. Andere suggesties voor het op twee benen lopen, vaak gekoppeld aan een hogere intelligentie, waren het ontlopen van roofdieren doordat je ze eerder ziet, het maken van werktuigen en het dragen van dingen. Ik zal u niet vervelen met alle wetenschappelijke details over de juistheid of zelfs waarschijnlijkheid van deze hypothesen. Ik wil u er alleen op wijzen dat al deze hypothesen een gemeenschappelijk kenmerk hebben: ze beschrijven de mens als held. De mens komt tijdens zijn evolutie allerlei obstakels tegen die hij moet overwinnen. Uiteraard slaagt onze held erin om alle moeilijkheden de baas te worden en vinden we hem terug als de intelligente, beschaafde mens zoals we hem tegenwoordig kennen.

Deze heldenmythe met de man als stoere held laat nog steeds slechts een marginale rol voor de vrouw over. Kunnen we dan niet ontsnappen aan onze vooroordelen over het sekseverschil? In de jaren 70 van de vorige eeuw verschenen er als reactie op deze mangerichte hypothesen verschillende alternatieven die aandacht hadden voor de vrouw. Tweebenigheid en hersenontwikkeling zouden getriggerd zijn door de vrouw die de planten verzamelde en dit eten deelde met haar kind. Of door de vrouw die haar kind droeg. Of mijn favoriet door de vrouw die volgens Elaine Morgan in haar wateraaptheorie het water in vluchtte omdat ze daar kon afkoelen en veiliger was. De man had het allemaal veel gemakkelijker volgens Morgan, dus de natuurlijke selectie werkte het meest in op de vrouw en ons uiterlijk is het gevolg van haar overlevingsstrijd. Geen heldenmythe dus, maar een heldinnenmythe.

Maar wacht eens even, maken we nu niet een vergelijkbare fout? We benadrukken nog steeds het verschil tussen de seksen en zoeken naar bewijzen om aan te tonen dat de ene dan wel de andere sekse de motor was achter de menselijke evolutie. Waarom is dit zo van belang? En waarom hebben feministen problemen met een verklaring voor sekseverschillen? Wel, om twee redenen. Ten eerste worden sekseverschillen veelal direct vertaald naar verschillen in waarden. De ene sekse, de man, is sterker, slimmer, dapperder, kortom beter dan de andere sekse, de vrouw. Het omdraaien van de rollen helpt echter het wetenschappelijke onderzoek niet verder. Je blijft dan gevangen in seksisme.

De tweede reden heeft te maken met het idee dat de evolutie vooruitgang kent en dus ook voorschrijvend is. Zoals het nu is, is beter dan dat het was en dus behoor je je zo te gedragen als de natuur in haar vooruitziende blik heeft bepaald in jouw genen. Als de menselijke evolutie geleid heeft tot mannen die op jacht gaan naar veel vrouwen, dan is vreemdgaan voor mannen toegestaan. Sterker nog, het behoort tot zijn natuur. Als vrouwen gedetermineerd zijn tot het verzorgen van de kinderen en het uitkiezen van één man die zij haar hele leven wil vasthouden, dan is het onnatuurlijk als zij een carrière nastreeft en misschien zelfs meerdere mannen heeft.

Dit soort conclusies verraadt een grondig misverstaan van evolutie, van DNA en van biologie in zijn algemeenheid. Mannen en vrouwen evolueren niet afzonderlijk van elkaar, evolutie staat niet stil, evolutie kent geen vooruitgang en genen determineren geen gedrag. Maar ook zonder biologisch inzicht hadden we al kunnen weten dit er iets mis is met deze conclusies. Heeft de schotse filosoof David Hume ons niet geleerd dat we niet zomaar vanuit iets wat is kunnen concluderen dat het ook zo moet zijn? Ik herhaal het nog eens: uit iets dat is mogen we niet zonder meer concluderen dat het ook zo hoort te zijn. Dit is Humes beroemde is-ought argument dat hij in zijn verhandeling over de menselijke natuur uiteenzet. Ook legt hij daarin uit dat moeilijk te bepalen is wat nu eigenlijk natuurlijk is. Is het datgene wat we vaak waarnemen? Dan worden carrière nastrevende vrouwen en verzorgende mannen met de dag natuurlijker!

Maar wat moeten we dan met dat onderzoek van Jokela en andere evolutionair psychologen? De evolutionaire psychologie onderzoekt de evolutionaire grondslagen van menselijk gedrag. De laatste jaren heeft dit onderzoeksgebied een aantal interessante ontdekkingen gedaan over menselijke mannen en vrouwen. Een daarvan haalde de krant met de kop Vrouwen worden steeds mooier. Iets verder lezen we ‘mannen niet’. Inderdaad verwijst de kop naar het onderzoek van Jokela. Volgens Rebecca Honig Friedman, een feministische blogger, is dit onderzoek een voortzetting van een manier van evolutionair denken dat mannen en vrouwen opsluit in meestal seksistische gedragsmodellen. Geen reden tot feest dus. Maar Jokela herkent zichzelf niet in het krantenbericht. De titel van zijn wetenschappelijke artikel luidt: Physical attractiveness and reproductive success in humans: evidence from the late 20th century United States. Met andere woorden, Jokela onderzoekt het verband tussen aantrekkelijkheid en vruchtbaarheid, niet of mensen al dan niet aantrekkelijker worden. Hierbij vindt Jokela als bijkomstigheid dat over minstens 5 tot 10 generaties mensen misschien inderdaad iets mooier worden. Mensen, niet alleen vrouwen. De mannen, het zal u geruststellen dit te horen, blijven dus geen Neanderthalers. Ook zij worden aantrekkelijker. Ten grondslag aan dit onderzoek ligt niet een voorliefde voor missverkiezingen, maar de hypothese dat uiterlijk een indicator is voor gezondheid.

Wat vindt de evolutionaire psychologie nog meer? Dat vrouwen helemaal niet zo trouw zijn. Zij hebben strategieën om een trouwe man aan de haak te slaan, maar tijdens de ovulatie op zoek te gaan naar een aantrekkelijke man. Dit natuurlijk alleen als haar echtgenoot niet al aantrekkelijk is. Zo hebben zij een man die helpt bij de kinderen èn een man voor goede genen. Ik verwijs voor het onderzoek naar de Amerikaanse evolutionair psychologe Martie Haselton. Misschien werpt u tegen dat aantrekkelijkheid subjectief is. Iedereen heeft een andere smaak en deze smaakverschillen zijn cultureel gebonden. Helaas, u vergist zich. Uit onderzoek blijkt dat over een aantal aspecten van aantrekkelijkheid grote overeenstemming heerst tussen individuen, zelfs van verschillende culturen. Een voorbeeld hiervan is de aantrekkelijkheid van het gezicht en dan met name de symmetrie. Laat symmetrie nu inderdaad een indicator zijn voor gezondheid! En niet alleen bij mensen.

Mocht u niet overtuigd zijn van de biologische oorsprong van aantrekkelijkheid, laat ik u dan een ander voorbeeld geven. Vrouwelijk zweet blijkt mannenhersenen dusdanig op hol te brengen dat mannen niet meer in staat zijn om verschil in aantrekkelijkheid waar te nemen. Onder invloed van vrouwelijke geuren vinden zij simpelweg alle vrouwen even aantrekkelijk, aldus de Weense onderzoeker Karl Grammer. Hier is dus sprake van chemische manipulatie. De chemische stoffen die vrouwen uitscheiden, om precies te zijn de feromonen, zijn biologisch van oorsprong. Genen coderen voor deze stoffen.

Is dit nu seksistisch onderzoek verpakt in een modern jasje? Of is dit objectief onderzoek naar evolutionaire verklaringen voor de verschillen tussen de seksen? Wanneer ik kijk naar de dierenwereld zie ik bij zich geslachtelijk voortplantende soorten soms enorme sekseverschillen. Ik zie de pauw met zijn prachtige staart en de onopvallende pauwhen, ik zie de bidsprinkhaan die haar kleinere partner na de paring regelmatig opeet, ik zie Darwins zeepokken waarbij de mannetjes als niet veel meer dan een uit de kluiten gewassen penis in het lichaam van de vrouwtjes leven. Wat heeft evolutie voor een enorme diversiteit gezorgd! Wat interessant om voor al die biologische verschillen naar verklaringen te zoeken. Gaan we door dit onderzoek vinden of de mannen superieur zijn of de vrouwen? Nee. Maar het onderzoek probeert wel te achterhalen in hoeverre biologische mechanismen geleid hebben tot verschillen tussen mannen en vrouwen.

Het is nog een paar maanden Darwinjaar. Laten we vieren dat Darwin ons de mogelijkheid heeft gegeven om onszelf op een zinvolle wijze te onderzoeken. Hij gaf ons geen seksistisch denkraam. Ook al was hij was een kind van zijn tijd, zijn theorie bevat geen voorschrift voor de mensenman of de mensenvrouw. Zij laat ons inzien dat je verschillende strategieën kunt hebben in de strijd om het bestaan. Deze verschillen leiden tot een strijd tussen de seksen. De evolutietheorie houdt ons een biologische spiegel voor. Wat we verder nog zien als we in die spiegel kijken, ligt aan onze waardering van wat we zien.