Filosofisch Café Nijmegen

Filosofen hebben geen ziel nodig, maar een luchtbed

door Arjen Kleinherenbrink
dinsdag 3 april

U moet tegenwoordig bezield zijn. Dat geldt in eerste instantie voor atleten, politici, ondernemers en wetenschappers, omdat we ons nauwelijks kunnen voorstellen hoe zij hun veeleisende carrière kunnen volhouden zonder passie. Het dogma van de bezieling, van de bevlogenheid en van de liefde voor de zaak reikt echter verder dan dat. Een huwelijk is allang geen wederzijds tot voordeel strekkend contract tussen individuen of families meer. Integendeel, de band met uw partner moet gebaseerd zijn op hevige passie, irrationele spanning en bezielde gebaren die het hart sneller doen kloppen. Iets soortgelijks geldt voor uw kinderen, want niets bezielt een moderne ouder meer dan zijn kroost. Afstandelijke, autoritaire papa’s en mama’s horen volgens ons bij een praktisch onvoorstelbaar verleden waarin kinderen een religieuze plicht, een bron van arbeid of een verzekering van verzorging op de oude dag waren; tegenwoordig moet en zal elk kind het product van pure liefde zijn. De cultus van de bezieling beleeft momenteel zijn hoogtijdagen en zijn allergrootste verovering is de werkvloer. Geen bedrijf haalt het nog in zijn hoofd om vacatures uit te schrijven waarin discipline of zelfs maar vakkennis voorop staat. Bezieling en betrokkenheid zijn de toverwoorden van het human resource management, en als medewerker wordt u stelselmatig onderworpen aan trainingen, teamuitjes, seminars, zelfhulpboeken en wervende slogans om uw mate van bezieling op peil te houden.

Hoe zit het dan met de filosoof? Moet ook hij, of zij, streven naar de bezieling? Ik denk van niet. Sterker nog, ik denk dat bezield raken ongeveer het ergste is dat een filosoof kan overkomen, en dat de bezieling de kans flink verhoogt dat er nooit iets noemenswaardigs aan zijn, of haar, gedachten zal ontspruiten. Denkt u maar even mee.

Het woord ‘ziel’ stamt af van het Germaanse ‘saiwa’ of ‘saiwalo’, wat naast ziel ook ‘zee’ of ‘meer’ betekent. Dit komt door het oude idee dat alle zielen voor hun geboorte en na de dood samen in een soort van oerwater verblijven. In andere woorden, de bezieling is van origine niets anders dan datgene wat u met alle anderen deelt en wat zorgt dat u een plek heeft in de homogene watermassa die het bestaan omarmt. De ziel is daarmee het meest doodgewone, onopmerkelijke en passieve aspect van uw zijn. In de Griekse traditie treffen we iets soortgelijks aan. Wie Homerus leest merkt al snel dat de ziel van de mens helemaal niets doet. Hoewel de Homerische mens bezield is, heeft die bezieling nooit iets te maken met daden of gedachten. Bezield zijn betekent daar niets meer dan dat u simpelweg leeft en als Homerus het over de ziel heeft, gaat het dus altijd over sterven: uw bezieling is alleen noemenswaardig op momenten dat u wel eens dood zou kunnen gaan. Wat betreft de inhoud en activiteiten van uw leven hebben bezieling en passie echter geen enkele relevantie.

De ziel is dus van oudsher een homogeen waterding, datgene dat u nu juist niet onderscheidt van anderen, niet aanspoort tot noemenswaardige activiteit, laat staan dat ze leidt tot eigen, creatieve of authentieke prestaties. Niet voor niets worden de passies altijd in de ziel gelocaliseerd. Hoe meer u bezield bent, hoe meer u gepassioneerd bent. En wat is een passie? Met een helderheid die ik rustig ‘unfuckablewith’ zou noemen heeft de Nederlandse filosoof Spinoza dit lang geleden al geduid. Passie staat lijnrecht tegenover actie, net zoals passiviteit tegenover activiteit staat. Spinoza laat dus zien dat gepassioneerd zijn niets anders is dan automatisch reageren op een externe prikkel. Wie gepassioneerd is laat zich zonder kritische noot meevoeren. Wie gepassioneerd is moet dansen zodra er muziek speelt, schikt zich gewillig naar regels en voorschriften en verspreidt vol overtuiging, maar zonder kritische houding, het evangelie van zijn religie, cultuur, voetbalclub of favoriete keuken.

Laten we nauwkeurig blijven. Wie bezield of gepassioneerd is doet in feite niets anders dan vol enthousiasme blootleggen, participeren aan, of uitblinken in wat reeds bekend is of in de lijn der verwachting ligt. U vindt dit standpunt misschien geforceerd, maar denk nog even mee. Wie noemen wij bezield? Bezield noemen wij de medemensen die op voorbeeldige wijze de culturele en technologische kar trekken, maar deze voorgangers doen altijd datgene dat iedereen al aan ziet komen. Zij spelen klassieke muziek die al eeuwen bestaat, vestigen records in sporten die iedereen kent, of bestuderen natuurfenomenen die al sinds het begin der tijden bestaan. Ze blinken uit, maar ze zijn nooit écht controversieel. Als er iemand vernieuwend is, als er iemand buiten de lijntjes kleurt, als iemand de homogene watermassa van de zielenmeute verlaat, vragen wij ons dan ook direct af wat hem of haar bezielt. Er is dan kennelijk iets van buiten dat de controle overneemt en een persoon opeens onderscheidt van alle anderen.

Laten we zó iemand eens tegenover de bezielde mens stellen en het de geestdriftige mens noemen. Drift heeft een niet geheel toevallige etymologische band met gedreven zijn en met drijven op water. Wie geestdriftig is zit dus slechts gedeeltelijk in de eenheidsworst van het zielenwater. Voor een veel groter deel is hij of zij onderworpen aan het onbekende, aan het onzekere, aan iets dat nog niet met anderen gedeeld wordt, en het is precies daar waar échte kunst en échte filosofie ontstaan. Om op dat laatste in te gaan: wat is filosofie anders dan nieuwe concepten creëren of bestaande concepten op voorheen ongehoorde en daarom schandalige wijze tot leven brengen? Goede filosofen zijn abnormaal en afwijkend. Socrates vertelt al hoe de grote filosoof Thales van Milete zo gefocused was op zijn denken dat hij al peinzend in een waterput viel, een voorval dat bij zijn dienstmeisje tot een hysterische lachbui leidde. Echte filosofen zijn afwezig en horen er op een bepaalde manier niet bij. Zij maken geen volledig deel uit van het zielenpact dat de rest van de mensen bindt en dat komt omdat hun geest regelmatig op hol slaat. Zij zijn geestdriftig. Socrates merkt ook al op dat filosofen geen waarde hechten aan prestige, prestatie of uitblinken, en dat eigenlijk alleen hun lichaam aanwezig is bij de andere mensen, terwijl hun geest afdwaalt. Door dat afdwalen zijn filosofen in staat om nieuwe concepten te creëren en de creativiteit tentoon te spreiden die zo noodzakelijk is voor goede filosofie, voor nieuwe filosofie die een stap verder gaat dan cultuurreflectie en tekstuitleg.

De echte filosoof doet dan ook net alsof zijn of haar bestaan niet volgens de drie waterige stadia van het bezielde leven verloopt. Voor een bezield mens is er altijd weinig tijd, want zodra de ziel de oerwateren bij de geboorte verlaat begint de heronderdompeling van de dood in rap tempo te naderen. Bezield zijn betekent dan ook leven in het teken van dat water, terwijl geestdriftig zijn dit juist negeert. Een filosoof laat zich niet opjutten, neemt de tijd en doet alsof het leven niets met water te maken heeft. Wittgenstein zegt ook niet voor niets dat filosofen elkaar zouden moeten groeten met “Neem je tijd” en Socrates stelt het tijdsvrije leven van de filosoof lijnrecht tegenover het leven van de advocaat, die in het oude Griekenland zijn pleidooien altijd moest afronden binnen een afgemeten hoeveelheid tijd die met, jawel, een waterklok werd bijgehouden.

Samengevat zien we bezieling en passie meestal door een veel te roze bril. Wie bezield of gepassioneerd is, leidt in feite een niet-vernieuwend, reactief en voorspelbaar bestaan. Je zou kunnen zeggen dat zo iemand slechts voortkabbelt. Een filosoof, een goede filosoof, moet juist geestdriftig zijn, wat betekent dat hij of zij zich onderscheidt van de zielenmassa, de reeds in kaart gebrachte wateren verlaat en juist daardoor met nieuwe concepten en inzichten op de proppen kan komen. Niets is voor een filosoof erger dan samen met alle andere zielen rondzwemmen in het oerwater, want daar is niets nieuws te vinden. In andere woorden, als filosoof heeft u geen behoefte aan bezieling, u heeft behoefte aan een luchtbed.