Filosofisch Café Nijmegen

Astro André is een profeet

door Jitse Talsma
dinsdag 4 september 2012

Afgelopen donderdag, op het strand bij Noordwijk, werd André Kuipers gehuldigd. De astronaut, net terug op Aarde, vertelde dat hij het uitzicht mist. En terecht. Volgens mij moet iedereen jaloers zijn op dat uitzicht. En filosofen al helemaal. Filosofen proberen afstand te nemen van de wereld. Een astronaut doet het gewoon.

Is een filosoof dan een mislukte astronaut? Of is Kuipers een betere filosoof? Volgens mij niet. Volgens mij toont Kuipers ons een waarheid die we zelf niet kunnen zien. Hij is dus geen filosoof. Kuipers is een profeet.

Laat me dat even uitleggen.

Probeer eens je haren te kammen, een geschikte set kleren aan te passen, make-up op te doen of je te scheren zonder in de spiegel te kijken. Dat gaat niet. Je hebt die reflectie in de spiegel nodig om jezelf te upgraden van net-uit-bed naar toonbaar-voor-kantoor-of-voor-college. Om jezelf te verbeteren, heb je een spiegel nodig.

Dat geldt niet alleen voor je uiterlijk. Op andere plekken gebruiken we ook een soort spiegels. Voetballers analyseren bijvoorbeeld de video van de wedstrijd. En een politicus kijkt naar de herhaling van het debat. Ze kijken naar een beeld van zichzelf en proberen zichzelf te verbeteren.

Een spiegelbeeld is zelfs niet per se iets dat je ziet, waar je naar kunt kijken. Op het werk of op school oordeelt je baas of je docent over jou. Hij geeft je een beeld van jezelf. En alleen zo kun je vaststellen wat je goed doet en wat je verkeerd doet. Zonder dat beeld dat je baas geeft, kun jij jezelf niet verbeteren.

Voor zelfverbetering hebben we een spiegel nodig. Zonder spiegel zijn we namelijk blind voor onszelf. Ik kan mijzelf niet zien. U kunt uzelf niet zien. Daar hebben we een spiegel voor nodig. En pas als we in de spiegel kijken, zien we mogelijke verbeteringen.

Als dat nu alles was. Dan zorgden we voor een goede spiegel en konden we werken aan onszelf. Maar we hebben een probleem. Een spiegel is namelijk niet voldoende. Een spiegel geeft een spiegelbeeld. Een videocamera geeft slechts een perspectief op de werkelijkheid. Het oordeel van je baas is ook weer vertekend. Het zijn telkens schimmen en afspiegelingen, schaduwen in een grot. Een spiegel geeft geen waarheid.

Wat heeft dit nou met André Kuipers te maken? En waarom is hij een profeet?

André Kuipers was een half jaar in de ruimte. Wie dacht dat we niets van hem zouden horen, had het mooi mis. Astro André hield een website bij, stuurde korte berichtjes via Twitter, was via videoverbindingen aanwezig in klaslokalen, op congressen en bij televisieprogramma’s. En als hij tijd over had, stuurde hij foto’s naar de krant. Een half jaar lang zagen we de wereld vanuit de ruimte. Kuipers fotografeerde de Friese elf steden. Nederland bij nacht. Het noorderlicht dat over Scandinavie golft. Zonsopkomst boven Europa. Een half jaar lang stuurde Kuipers ons beelden van de Aarde.

Zoals veel astronauten, die vanuit hun capsule of vanaf het maanoppervlak zien hoe een kleine blauwe stip aan de horizon een zeldzaam, kwetsbaar thuis vormt, kon ook Kuipers vanuit het ISS niet om de waarheid heen. De Aarde is prachtig. En de Aarde is kwetsbaar. Het is een waarheid, maar die waarheid kunnen wij vanaf de Aarde zelf niet zien. Pas vanuit een capsule hoog boven ons, wordt het duidelijk. Kuipers had vanuit de ruimte heel even geen spiegel nodig om naar onszelf te kijken. Hij kon direct zien waar we aan moeten werken. Hoe verbetering mogelijk is.

Eigenlijk moeten we allemaal eens zijn waar Kuipers was, zien wat Kuipers zag, voelen hoe mooi en kwetsbaar die Aarde is. Kan dat? In een interview vertelt Kuipers dat ruimtetoerisme niet langer science fiction is. Steeds meer mensen gaan reizen naar de sterren en de Aarde van een afstand zien. Kuipers gunt het iedereen. Maar hij maakt zich ook zorgen over de milieubelasting die ruimtetoerisme met zich meebrengt. Het is een vervuilende bezigheid om los te komen van de zwaartekracht. Als iedereen dat doet, houden we geen Aarde meer over. Eigenlijk, eigenlijk kunnen er maar een paar mensen de ruimte in.

Daarom is Kuipers een profeet, en geen filosoof. Een filosoof neemt afstand en probeert de waarheid te vinden. En als hij eenmaal de waarheid kent, klimt de filosoof weer terug de grot in. Om de achterblijvers de waarheid te leren kennen. Hij loopt het marktplein weer op, om vroedvrouw van de waarheid te zijn. En dan blijkt zelfs een slaaf te kunnen rekenen. De filosofische waarheid is dus toegankelijk voor iedereen.

Voor Kuipers geldt dit niet. Astro André kan niet anders dan een enkeling blijven, die gelukkige uitzondering die de ruimte in mocht, de eenzame die afstand heeft kunnen nemen.  En daarom is hij een profeet, tegen wil en dank. Een profeet ziet immers wat anderen niet kunnen zien. Een profeet kan zijn visioenen niet delen. Hij kan er alleen over vertellen, en de mensen een beeld geven.

Astro André kan de mensen niet laten zien wat hij zag. Hij heeft alleen zijn fototoestel. De foto’s en verhalen van Kuipers zijn voor ons een spiegel. Hij toont ons schimmen, afspiegelingen en afbeeldingen. Die foto’s zijn de spiegel aan de mensheid, de spiegel die onze blinde vlek op onszelf weg kan nemen. Hopelijk is het voldoende. Hopelijk geloven we ook in die blauwe stip aan de horizon, die we alleen op de foto kunnen zien.

Op zijn website schrijft Kuipers na terugkeer op Aarde: ‘Ik rook de bomen, de bloemen en de geur van vers eten op mijn bord. In de ruimte is het prachtig. En ik zou zo weer terug gaan als ik de kans kreeg. Maar hier op aarde hebben we het ook goed voor elkaar met z’n allen…’ Astro André is een profeet voor de Aarde. Ik kan trouwens niet wachten op de Messias.