Filosofisch Café Nijmegen

Intelligente emotie en intuïtie

Door Judith Martens

Dinsdag 1 oktober 2013

Sinds jaar en dag gaan filosofen de strijd aan tegen het lichaam en de passies, zij moeten overmeesterd worden door de rede. Deze tegenstelling tussen de ‘goddelijke’ rede en de ‘dierlijke’ passies vinden we al bij Plato.
In de middeleeuwen wordt de tegenstelling versterkt door de passies – emoties noemen we ze ook wel – te koppelen aan verlangen en zonde. 

Ik ben een groot fan van nadenken en ga hier absoluut niet vertellen dat we de rede overboord moeten gooien. Maar of zij de eerste plaats verdient, daar twijfel ik soms aan. Een volledig rationele mens is in ieder geval noch mogelijk, noch wenselijk.
Ik zal kort uiteenzetten waarom ik veel waarde hecht aan intuitie en emotie. Aan de hand van voorbeelden waarin het met onze rationaliteit misgaat laat ik zien hoe kwetsbaar die is.  

Als sociaal psycholoog lees ik veel onderzoeken die duidelijk maken hoe niet-rationeel we vaak zijn. Ik deel er graag één met u.

Het is een simpel experiment. Een proefpersoon krijgt foto’s van twee vrouwen te zien. Hij moet aangeven welke van de vrouwen hij het meest aantrekkelijk vindt. Een tijdje nadat hij zijn keuze heeft gemaakt zegt de onderzoeker dat de proefpersoon nogmaals de foto van de gekozen vrouw te zien krijgt. De onderzoeker heeft de foto’s echter verwisseld, de proefpersoon krijgt de niet-gekozen vrouw te zien. De onderzoeker vraagt vervolgens waarom de proefpersoon deze vrouw heeft gekozen.

Ik hoor u denken: dat moet  opvallen, de proefpersoon heeft ongetwijfeld gezegd dat het de verkeerde foto is.

Ik moet u teleurstellen. De proefpersoon begint onmiddellijk redenen te geven waarom hij de foto heeft gekozen die hij helemaal niet had gekozen! Daarbij worden zelfs redenen als ‘ik houd nou eenmaal van blondines’ gebruikt, terwijl de originele keuze een brunette was.

Hoe betrouwbaar is de ratio, wanneer we een paar minuten na een keuze al niet meer weten wat we gekozen hebben? En wat voor argumenten zijn het die we gebruiken, bijvoorbeeld wanneer we zeggen een voorkeur te hebben voor blondines. 

Door mensen neer te zetten als voornamelijk rationele wezens houden we onszelf voor de gek. Daarmee vergroten we de kans op denkfouten alleen maar. We zouden daarom onze intuïtie en emotie wat meer mogen prijzen.

Een hoop voor het individu belangrijke zaken zijn dat op onverklaarbare wijze. Het valt niet uit te leggen waarom mijn buurvrouw met plezier haar kippen verzorgt, terwijl ik liever met een boek de zon opzoek. 
Zoeken naar een verklaring voor dit verschil is wellicht interessant, maar brengt ons niet heel ver. Ik heb vaak het gevoel dat de dingen die voor mij belangrijk zijn mij overkomen. Het is lang niet altijd logisch om nu juist die dingen belangrijk te vinden. Toch spelen deze niet rationeel gekozen zaken een belangrijke rol in mijn leven. 

De invloed die onze voorkeuren uitoefenen op onze blik op de wereld is vaak groot. De keuze voor een partner sluit een hoop andere mensen uit. Dat is mooi, goed en praktisch, maar wel een consequentie van een niet al te rationele keuze. Houden van en andere emoties en intuïties spelen in dit soort zaken een grotere rol dan de ratio.

De Schotse filosoof David Hume zei het al ooit: “Reason is, and ought only to be the slave of the passions.” Oftewel: De rede is de slaaf van de passies en hoort dat ook te zijn.

Wanneer we slechts achteraf onze keuzes beargumenteren, dan zijn de argumenten die we zoeken zeer selectief. Redeneren gebeurt dan ex post facto: als gevolg van onze conclusie, niet als de oorzaak ervan. 

Er zijn experimenten waarin mensen wordt gevraagd waarom ze iets immoreel vinden. Daarbij worden pienter uitgekozen situaties beschreven waarin duidelijk is dat niemand last heeft van hoe de situatie verloopt. 

Zo wordt een situatie beschreven waarin een broer en zus met elkaar naar bed gaan, na overleg en met zowel de pil als een condoom als bescherming. Naderhand geven beiden aan het een prettige ervaring te vinden, maar niet van plan te zijn het nogmaals te doen. 

Mensen die gevraagd wordt wat ze van deze situatie vinden, antwoorden vaak met ‘immoreel’. Wanneer dan gevraagd wordt waarom ze dit vinden, beginnen ze te stotteren en kunnen ze geen reden vinden. Toch blijven ze bij hun mening: ze blijven het immoreel vinden. Hier heeft de ratio vrij weinig in te brengen (dan zouden ze immers van mening moeten veranderen). Intuïties en emoties voeren hier de boventoon.

De emotionele en intuïtieve beoordeling van veel situaties valt ongeveer samen met de waarneming zelf. Daar valt niet tegenop te redeneren. Nu we weten dat we vervolgens onze argumenten aanpassen op wat we al geoordeeld hebben, blijkt het resulterende rationele oordeel minder waard dan ons vaak wordt voorgehouden. 

Kortom: we zouden wat mij betreft wat meer mogen genieten van de enorme intelligentie die schuil gaat achter emotie en intuïtie. 

Daar wil ik nog wel een voetnoot aan vastknopen. Voor grote instellingen en instituten is het natuurlijk onmogelijk om te werken met intuïties en emoties. Daar mogen en moeten we verwachten dat keuzes gebaseerd zijn op rationele overwegingen. Wel moeten we in ons hoofd houden dat de individuen die met de instellingen en instituten te maken hebben niet zo rationeel zijn als de instituten zelf: er is een gat tussen het rationele grotere geheel en de individuele emotionele mens.