Filosofisch Café Nijmegen

Mensenrechten

Door Stefan Schevelier

Dinsdag 3 september 2013

Toen de organisatie van het filosofisch café op zoek ging naar een columnist voor deze avond kwam ze misschien via Google uit bij mij. Wie mijn naam zoekt, vindt al vrij snel dat ik mij specialiseer in wereldburgerschap. De stap van wereldburgerschap naar mensenrechten is niet heel groot, dus toen dacht men waarschijnlijk: “Als hij iets weet over kosmopolitisme weet hij vast ook wel het een en ander van de mensenrechten.”

Om eerlijk te zijn, dacht ik dat ook. Maar toen ik tijdens mijn voorbereiding van deze voordracht de mensenrechten nog eens opnieuw las, moest ik bekennen dat ik de dertig rechten eigenlijk helemaal niet zo goed ken. 

Over de preambule kan ik wel mee praten en ook het eerste mensenrecht ken ik wel, maar ik heb het over de details. Bijvoorbeeld: is vrijheid van meningsuiting nu het 19e of het 29e artikel? Bestaat er een mensenrecht dat het recht verleent op onderdak? Hoe kan het dat de mensenrechten onderschreven worden door landen als Rusland en China? Welke landen hebben de mensenrechtenverklaring eigenlijk ondertekend?

Mijn vermoeden is dat ik niet de enige ben die geen antwoord op deze vragen heeft. Ik denk dat wij in het algemeen eigenlijk niet zo veel weten over de mensenrechten. Wanneer ik met mensen over de mensenrechten praat, dan gaat het vaak over het belang van de mensenrechten en zelden over de inhoud van die rechten. Het lukt de meeste mensen wel de tien geboden op te noemen, maar aan de dertig mensenrechten wagen de meesten zich niet. En niemand die ik ken lukt het ze alle 30 te reciteren. 

Nu ligt het voor de hand dat ik betoog dat we iets moeten doen aan deze gebrekkige kennis. Dat hier een betoog volgt voor betere voorlichting over de mensenrechten, een verplicht vak op school, misschien een dertigtal Postbus 51 spotjes waarin ieder mensenrecht wordt uitgelegd, of om iedere ochtend, voordat school begint, collectief de lijst nog eens op te dreunen.

De mensenrechten zelf zijn duidelijk in dit opzicht. In de preambule proclameert de algemene vergadering: 

“Overwegende, dat het van het grootste belang is voor de volledige nakoming van deze verbintenis, dat eenieder begrip hebbe voor deze rechten en vrijheden

En iets verder: 

“[…] opdat ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap, met deze verklaring voortdurend voor ogen, ernaar zal streven door onderwijs en opvoeding de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen […]”. 

Het ligt voor de hand wat de kern van zo’n betoog zou zijn. Een eenvoudig sociologisch principe drijft de twee belangrijkste argumenten:

  1. Wanneer we meer weten over de mensenrechten herkennen we sneller wanneer ze geschonden worden en kunnen we daar beter op reageren. 
  2. Meer kennis van de mensenrechten leidt ertoe dat mensen zich er beter voor in zullen zetten. Mensenrechten vinden we immers belangrijk, en wat we belangrijk vinden beschermen we beter.

Hoe werkt dat dan in de praktijk? De laatste tijd stonden de kranten vol met de afluister-praktijken van de Amerikaanse NSA. Wat mij opviel was dat het weinig mensen leek te schelen dat de NSA massaal onze privacy schond. Vooral de opiniestukken over de onthullingen van Edward Snowden hadden veelal de volgende strekking: “We wisten al dat de NSA afluisterde”, “Wie niets te verbergen heeft hoeft zich geen zorgen te maken”, etc.

Had het uitgemaakt als bij al deze artikelen had gestaan dat de NSA ons twaalfde mensenrecht schond?

Artikel 12 Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.

Als de arbitraire controle van al mijn internetverkeer geen willekeurige inmenging in mijn persoonlijke aangelegenheden is, dan weet ik het ook niet meer. Dus wederom de vraag: Waren we hier bezorgder om geweest wanneer we beter op de hoogte waren geweest van de mensenrechten? Misschien wel, misschien niet.

Wat ik dan ook wil betogen is dat het eigenlijk niet zo erg is dat we – mijzelf voorop – niet goed weten wat de mensenrechten precies inhouden. Meer kennis is namelijk niet altijd beter. Zeker niet wanneer meer kennis tot gevolg heeft dat we ons minder kritisch tot de mensenrechten gaan verhouden. Dat heeft te maken met het verschil tussen de letter en de geest van mensenrechten. Ik wil daarom de vraag opwerpen, hoe we de gebrekkige kennis van de mensenrechten als iets positiefs kunnen interpreteren.

Om een simpel voorbeeld te geven: we maken een onderscheid tussen de letter en de geest van de wet wanneer de wet leidt tot onrechtvaardigheid. 

Het lijkt erop dat we de mensenrechten heel belangrijk vinden, niet goed weten wat de details precies inhouden, maar wel een basaal idee hebben van hun inhoud. Dat komt doordat wij de mensenrechten hebben gevormd maar de mensenrechten ons ook hebben beïnvloed. Wij vinden allemaal dat mensen recht hebben, geen slaaf te zijn, maar dat vinden we onafhankelijk van het feit dat dat een mensenrecht is. Die onafhankelijkheid verklaart dat we niet precies weten wat de mensenrechten zijn, maar daar ook geen totaal vreemde voorstelling van hebben.

De universele verklaring van de rechten van de mens is een altijd-imperfecte articulatie van de universele rechten van de mens. Mijn bezwaar is dus dat kennis van de verklaring, onze mening over de universele rechten niet moet overstemmen.

In dat verband biedt een nieuwsbericht van een paar maanden geleden een interessante metafoor. Het project Human Rights Tattoos heeft als doel mensen gezamenlijk de verklaring van de rechten van de mens op hun lichaam te laten tatoeëren. 865 mensen hebben één van de 6773 letters op hun lichaam laten zetten. Daarmee hebben ze de preambule en de eerste zes artikelen voltooid. 

Ik denk daarom voor de mensenrechten zelf aan een vorm van arbeidsdeling. Eenieder zou de verklaring één keer moeten lezen en als het ware één van de mensenrechten moeten adopteren. Naar eigen keuze eentje – of meer, dat mag natuurlijk ook, maar loop vooral niet te hard van stapel. De UVRM is anders dan de tien geboden. De tien geboden moet je allemaal naleven, je kunt niet zeggen: “O, ik doe de eerste drie wel, als jullie nummers vier tot tien doen.” Maar bij de mensenrechten werkt dat wel zo. De staten die de UVRM hebben ondertekend moeten garanderen dat de mensen binnen haar territorium van de mensenrechten gebruik kunnen maken. Individuele burgers hebben vooral de taak om hun staat eraan te houden de mensenrechten na te leven. Die taak is gemakkelijk te delen. Als jij de staat eraan herinnert dat ze de privacy van één miljard internetters niet moet schenden, dan herinner ik de staat eraan dat ze – nou noem eens wat: [insert willekeurig mensenrecht] moet naleven.

Precies zoals de 6773 getatoeëerden straks samen de materiële verklaring van de rechten van de mens dragen, zouden we het idee van de mensenrechten ook zo begrijpen. Het maakt dan niet uit dat we als individu niet alle mensenrechten uit ons hoofd kennen. Omdat we dat als collectief wel goed doen. Het voornaamste voordeel van deze benadering is dat we hiermee een barrière wegnemen voor participatie. Er zijn al heleboel NGO’s die één of meer mensenrechten hebben geadopteerd. Dus sluit je aan bij Bits of Freedom of Amnesty, en laat de andere mensenrechten over aan een ander.