Filosofisch Café Nijmegen


Door Tim Miechels

Woensdag 6 mei 2015

“Filosofie is dood. Ze kan de ontwikkelingen van de wetenschap niet meer bijhouden. Wetenschappers zijn nu de enige echte dragers van de fakkel der kennis.” Zo begint de bekende natuurwetenschapper Stephen Hawking zijn boek ‘Het grote ontwerp’. Deze woorden uit de inleiding laten zien wat volgens Hawking de ambitie is van de natuurwetenschap: ze zal uiteindelijk alles kunnen verklaren. Dat is dan ook het doel van het boek: het uiteenzetten van een allesomvattende theorie, a theory of everything.


Deze ambitie zegt iets over de relatie van wetenschap tot transcendentie. Ja, wetenschap loopt vandaag de dag nog steeds regelmatig tegen grenzen op, en ja, het opzoeken en overkomen van nieuwe grenzen is een proces dat vaak jaren, soms decennia in beslag neemt.

Maar als we Hawking serieus nemen dan kan er weinig twijfel bestaan over wat hij uiteindelijk denkt over deze grenzen.
Wat de woorden van Hawking ons duidelijk maken, is dat wetenschap de neiging in zich heeft om alles te verklaren. Alles moet beheers- en berekenbaar worden, het onbekende, onverwachte moet opgeheven worden. Dat wetenschap dat nu nog niet kan, betekent niet dat ze dat niet wil. De wetenschap wil uiteindelijk een ‘theory of everything’ zijn, en dat laat geen ruimte voor transcendentie.

Als we dit vertalen naar technologische termen, dan roept dat het even clichématige als angstaanjagende beeld op van de op hol geslagen kunstmatige intelligentie. Dit beeld zien we bijvoorbeeld in de recent verschenen film Avengers: Age of Ultron. In deze film wordt er een robot – genaamd Ultron – gebouwd, met als doel om de wereld te beschermen. De conclusie die deze Ultron vervolgens trekt is dat de beste manier om de wereld te beschermen, is door de mensheid met wortel en tak uit te roeien.

De verklaring voor dit gedrag is als volgt: Ultron is de praktische uitwerking van een formulering van een theory of everything. Om de wereld te beschermen, wil hij de wereld zo maken, dat alles voorspel- en berekenbaar is. Helaas voor ons is de mens een fundamenteel onvoorspelbare factor in een verder volgens de ordelijke wetten der natuur georganiseerde wereld. De meest efficiënte oplossing die Ultron ziet voor het menselijk probleem: extermination. Immers, na het uitroeien van de mensheid kunnen de robots nog lang en gelukkig leven in een wereld die volledig systematisch en daarmee volslagen ongevaarlijk is. Een idyllisch leven in een wereld waarin theorie en praktijk perfect over elkaar heen passen. Ultron is de handhaver van de theory of everything.

Kijkend vanuit het beoogde eindpunt van wetenschap en technologie, lijken religie en technologie niet de beste vrienden te zijn. De technologische neiging tot een uiteindelijke ultieme beheersing, betekent een opheffen van transcendentie. En dit staat haaks op het religieuze geloof in een transcendent en daarmee in essentie onberekenbaar en oninzichtelijk fundament voor onze wereld.

Zijn wetenschap en religie daarmee ook antagonistisch aan elkaar? Ja, ik denk het wel, maar niet in de zin van twee elkaar beconcurrerende theorieën. Wetenschap en religie bieden geen alternatieve verklaringsmodellen. Om in de termen van Markus Gabriel te spreken: Er is niet één, allesoverkoepelende wereld die wetenschap en religie allebei proberen te verklaren. Wetenschap probeert dat wel, ze houdt ons voor dat het universum waar ze over spreekt de enige echte wereld is die er bestaat. Dat we uiteindelijk niets meer zijn dan atomen, bundels vibrerende snaren.

In welke zin is religie dan tegengesteld aan wetenschap? Misschien wel in die zin, dat ze ons de onmogelijkheid van een theory of everything voorhoudt. Religie, op deze manier begrepen is de beaming van het idee dat er nooit een theorie geformuleerd kan worden die alles kan verklaren. Het laat ons zien, om met de woorden van Friedrich Nietzsche te spreken, “hoe juist de beste wetenschap ons het hardnekkigst in een vereenvoudigde, bij elkaar gefantaseerde wereld wil vasthouden.”