Filosofisch Café Nijmegen

Ben ik een man?

Door Sander Voerman

dinsdag 1 september 2015
 

Hoe weet ik of ik een man ben? Om die vraag te beantwoorden moet ik weten wat het betekent om man te zijn. Mijn omgeving beschouwt mij als man, omdat dat het gender is dat me bij geboorte op basis van mijn sekse is toegekend, en ik mij daar vervolgens nooit tegen heb afgezet. Maar sommige mensen doen dit wel: ze laten hun omgeving weten dat ze geen man zijn, maar vrouw, genderfluïde, genderqueer, of bigender. Dit kan betekenen dat men ook de wens heeft om lichamelijke veranderingen te ondergaan, maar vaak is dat niet zo. Sommige mensen zijn tevreden met hun mannelijke geslachtskenmerken, maar identificeren zich toch niet als man. Ze voelen zich geen man, maar hoe voelen ze dat? En hoe voelen al die mannen die zich wel man voelen dan wel dat ze zich man voelen? Voel ik mij eigenlijk wel man?

Ik vind het makkelijk om te voelen dat mijn lichaam bij me past. Maar ik vind het moeilijk om te moeten voelen of het culturele complex van rollenpatronen dat we “mannelijkheid” noemen ook bij me past. Veel van die rollenpatronen zijn onlosmakelijk verbonden met de vooroordelen die we hebben over verschillen tussen mannen en vrouwen. Bijvoorbeeld dat vrouwen minder capabel zijn op de werkvloer en dat mannen minder goed voor kinderen kunnen zorgen. We leren mannen aan om agressiever te zijn en vrouwen om zich innemender te gedragen. Tegelijkertijd kan een echte man zich goed beheersen en zal hij niet teveel emotie tonen, want anders is hij een mietje. Vrouwen mogen eerder huilen of onzekerheid tonen, maar dat mogen ze alleen maar omdat we ze sowieso minder serieus nemen. Wat mij betreft is dat allemaal gewoon onrechtvaardig seksisme. Psychologisch onderzoek heeft mij ervan overtuigd dat ik dit seksisme ook onbewust vertoon in de manier waarop ik mensen beoordeel, maar dat betekent nog niet dat ik me daarmee wil identificeren. Integendeel, ik wil deze onbewuste patronen in mijn gedrag juist zoveel mogelijk leren doorbreken, wat betekent dat ik me er juist niet mee identificeer.

Laat ik een voorbeeld geven. Ik vind het prettig om, zelfs wanneer ik sterke emoties voel, daar op een rustige en beheerste toon over te communiceren. Ik voel me daar prettig bij en heb het idee dat dit goed voor mij werkt. In onze cultuur wordt deze stijl van communiceren meer met mannelijkheid dan met vrouwelijkheid geassocieerd. Maar zou dit één van de redenen kunnen zijn om me als man te identificeren? Ik praat misschien graag op rustige toon over mijn emoties, maar ik heb volgens mij wel veel meer de behoefte om over mijn emoties te praten dan een echte man hoort te doen. Aan de andere kant praat ik nog liever over exacte onderwerpen zoals computers, wiskunde of wetenschap, en dat vinden we dan wel weer echt iets voor mannen. Maar als ik op basis van dit soort redenen zou identificeren als man, dan zou ik dus ook het idee onderschrijven dat deze voorkeuren of kenmerken echt iets voor mannen zijn. Door mijn zelfidentificatie op die manier uit te dragen zou ik bovendien bijdragen aan de reproductie van dat idee. En dat wil ik juist niet. Ik vind het prima als mensen om mij heen deze eigenschappen kenmerkend vinden voor mij als individu, maar ik zou niet willen betogen dat ik mede daarom een echte man ben. Ik wil namelijk zo min mogelijk helpen om een cultuur in stand te houden waarin mannen op een bepaalde manier horen te communiceren, of waarin vrouwen wordt geleerd dat technologie en wetenschap niets voor hen is.

Ik heb nu twee begrippen van mannelijkheid besproken: sekse en gender. We hebben gezien dat het begrip van sekse te weinig behelst om de vraag of ik een man ben te beantwoorden. Weten dat mijn sekse mannelijk is volstaat nog niet om te weten dat ik een man ben. Andersom lijkt ons begrip van gender nu teveel te omvatten om de vraag te beantwoorden. Gender behelst rolverdelingen die vooroordelen reproduceren waar we vanaf willen. Ik geloof niet dat dat ooit helemaal gaat lukken, maar ik wil die vooroordelen in ieder geval niet onderschrijven. Wat ik dus eigenlijk nodig heb om te weten of ik een man ben, is een soort gecorrigeerd of geïdealiseerd begrip van mannelijkheid. Wat zou het betekenen om een man te zijn in een egalitaire wereld waarin geen vooroordelen meer bestaan over de verschillen tussen mannen en vrouwen? Maar dit roept een sceptische vraag op: is gender überhaupt wel meer dan zulke vooroordelen? Blijft er nog iets over van mannelijkheid wanneer we alle seksistische rollenpatronen elimineren? Is het misschien niet beter om op de lange termijn te streven naar een maatschappij waarin gender geen rol meer speelt? En moet ik dan niet alvast het goede voorbeeld geven door mijzelf ook geen man meer te noemen?

Ik zou dat toch jammer vinden. Gender is volgens mij ook een rijke culturele bron van inspiratie. Zonder gender heb je ook geen tango of salsadans. Bovendien hebben mensen nu eenmaal aanknopingspunten nodig om hun eigen draai te vinden in het leven, en gender helpt ons om te navigeren in een complexe sociale wereld. Je moet ergens beginnen als je wilt bepalen wat je aantrekkelijk vindt en waar je je goed bij voelt. Gender draagt daar aan bij.

Ik wil deze column daarom afsluiten met een suggestie. Beschouw gender als een kunstvorm, zoals muziek of literatuur. In de muziekgeschiedenis herkennen we verschillende stromingen, of genres, zoals blues, jazz, of rock. Mensen die van jazz houden kunnen dat voelen, maar het is onnozel om van een jazzmuzikant te verwachten dat hij zo goed mogelijk probeert om aan het genre te voldoen. Genres veranderen en evolueren, omdat een echt originele muzikant zich slechts door bestaande genres laat inspireren in zijn zoektocht naar zijn volgende muziekstuk. Misschien kunnen we de labeltjes “man” en “vrouw” zien als een soort genres binnen de kunstvorm van gender-expressie. Andere culturen kennen ook andere genres, zoals het “hijra” gender dat veel voorkomt in India en Pakistan. En subculturen leveren weer nieuwe genres en subgenres op, zoals “butch”, “boi”, “twink” of “bear”.

Ik ben zelf geen muzikant, maar ik heb als luisteraar wel echt een passie voor black metal. De meest interessante bands combineren hun black metal roots echter met invloeden uit jazz, klassiek, folk, of elektronische muziek. Misschien heb ik op een soortgelijke manier mannelijke roots. Net als de metal-afdeling vroeger in de cd-winkel, is de mannenafdeling in de kledingzaak de plek waar ik mijn meeste kleding vandaan haal. Maar als ik wil zorgen dat voor een feestje mijn mascara en oogschaduw goed zijn aangebracht, dan stel ik advies van mensen uit andere genres zeer op prijs.