Filosofisch Café Nijmegen

Onvoorstelbaar – door Daphne Brandenburg

Mijn allereerste les filosofie ging over the experience machine ofwel de ervaringsmachine. Ik vond het fantastisch. De ervaringsmachine is een gedachte-experiment wat laat zien dat hedonisten ongelijk hebben. Volgens hedonisten willen we in ons leven zo weinig mogelijk leed en verdriet ervaren en zoveel mogelijk geluk en plezier. Dat is alles waar het volgens de hedonist om draait.

De ervaringsmachine is een machine waar je jezelf aan vast kunt koppelen en als je dat doet krijg je alleen maar geweldige gelukservaringen. Je boekt bijvoorbeeld iedere dag bovenmatige successen op je werk, levert fantastische sportprestaties, hebt heerlijk eten en geweldige seks, waarna je in slaap valt als een roosje en de volgende dag weer goed uitgeslapen wakker wordt.

Of misschien is het voor u net anders, bent u eindelijk van die zeurende buurman af, zijn uw kinderen net wat liever en minder puberaal, en raakt u die laatste kilootjes teveel kwijt.

Wellicht zegt u zelfs dat u wel een beetje tegenslag wilt omdat het anders moeilijk voor te stellen is waar een genotvol leven in bestaat. Ook dat kan geregeld worden. We koppelen u eraan en u krijgt de perfecte balans van zo weinig mogelijk tegenslag en zoveel mogelijk succes.

Zou u zich in laten pluggen?!   

Nou, ik zou het niet doen. En vele mensen met mij. Volgens Robert Nozick, de bedenker van dit experiment, laat dat zien dat hedonisme niet klopt. We willen  niet alleen maar plezier en gelukkige ervaringen. We willen echte projecten, we willen betekenis en goede relaties met echte mensen.  Het gaat ons niet alleen maar om geluk en genot in het leven. Althans, de meeste van ons niet..

Dit was mijn eerste aanraking met een gedachte-experiment en ik vond het een fascinerende methode. Bovendien voelde ik me ook best goed over mezelf. Ik zou mezelf immers zeker niet inpluggen en voelde me daarom een beetje als Neo van de Matrix. Een echte held.

Maar kort daarna kwam ik erachter dat er een vergelijkbaar experiment is waarin mensen wordt gevraagd of ze zich los zouden loskoppelen als ze nu in een ervaringsmachine blijken te zitten. Ik vraag het u nu weer: al uw plannen, projecten, vrienden, geliefden, puistjes, puberale pubers, omgespitte achtertuintjes, en serviesgoed, ze zijn allemaal nep. Koppelt u zich los? Ik kan daarbij overigens niet garanderen dat u er net als Neo aan de andere kant uit komt als een gespierde en geliefde held.

De meerderheid zegt nee tegen deze vraag. En deze filosofen denken dat dit komt omdat mensen de dingen gewoon liever houden zoals ze zijn. Dat we niet in een machine willen stappen heeft dan maar weinig met een verlangen naar ‘echtheid’ te maken.

Naarmate mijn studie vorderde, ben ik nog veel meer gedachte-experimenten tegen gekomen. Experimenten waarin je psyché van hoofd naar hoofd springt, je dikke mensen van een brug moet duwen, achter een gordijn zit zonder karakter en dan een leven moet kiezen, of in een kamer zit waar je onbegrijpelijke Chinese tekens omzet in andere onbegrijpelijke Chinese tekens. Je kunt het zo gek niet bedenken.

Al die gekke experimenten zijn bedoeld om je bijvoorbeeld dingen te vertellen over wat kennis is, of een computer kan denken, wat rechtvaardigheid is, wat identiteit is, en wat het juiste is om te doen wanneer iemands leven in gevaar is. Die gedachte-experimenten leken me eerst allemaal fantastisch en onvoorstelbaar, maar na lang filosofie te hebben gestudeerd vind ik de meeste… nog steeds vrij onvoorstelbaar, maar niet meer zo fantastisch.

Al tijdens mijn studie werd ik gegrepen door de vraag wat het nu precies betekent om iemand verantwoordelijk te houden, en wat de waarde daarvan kan zijn in verschillende contexten. Dit is een belangrijke vraag, denk ik.

Is het bijvoorbeeld goed om mensen met een mentale aandoening verantwoordelijk te houden voor wat ze doen? En kinderen? En wat doen we eigenlijk wanneer we iemand verantwoordelijk houden? En wat doen we met iemand wanneer we diegene helemaal niet verantwoordelijk kunnen houden voor zijn gedrag? 

Laat ik deze grote filosofische vraag eerst behapbaar maken met een concreet voorbeeld:

Wat doe ik wanneer ik pissig wordt op mijn buurman wanneer hij (voor de zoveelste keer) om vier uur ‘s nachts zijn muziek keihard aan zet? Wat doe ik wanneer ik de volgende dag naar hem toe ga en zeg dat hij dat niet meer moet doen omdat ik er last van heb? En hoe verschilt deze manier van iemand aanspreken op zijn gedrag van wat iemand doet wanneer een klein kind om vier uur ‘s nachts ineens met de radio begint te spelen? Nou dit is dus eigenlijk grof gezegd DE centrale vraag van mijn onderzoek: waarom wordt ik pissig op mijn buurman en niet op een kind. En waar is dat onderscheid goed voor?

Ik sta met opgestroopte mouwen klaar om deze vraag uitgebreid onderhanden te nemen. Het lijkt me een nobele taak. Maar terwijl ik eerst als student en nu als onderzoeker steeds dieper die vraag in duik, ben ik me steeds ongemakkelijker gaan voelen bij bepaalde onvoorstelbare gedachte- experimenten die ons daarbij zouden moeten helpen.

Hier is het soort gedachte-experiment waar je in de filosofie altijd direct mee te maken krijgt als je deze vraag wilt beantwoorden:

Stel je zou God zijn (jawel, stel je dat gewoon even voor) en stel je voor dat jij volledig inzicht hebt in hoe iemand zich door zijn hele leven heen gaat gedragen. Mag je diegene dan aanspreken op zijn gedrag? Volgens de meeste filosofen is het antwoord: nee dat zou onterecht zijn. Diegene is immers gemanipuleerd of gedetermineerd om zich precies zo te gedragen als hij doet.

Vervolgens voegen deze filosofen daaraan toe dat, volgens ons naturalistische wereldbeeld, iedereen altijd gedetermineerd is om te doen wat hij of zij doet. Dus het is nooit terecht om iemand verantwoordelijk te houden, want niemand is ooit verantwoordelijk voor wat hij of zij doet.

Dit is een gedachte-experiment waar ik aanvankelijk hoofdpijn van kreeg. Ik mag mijn buurman dan dus eigenlijk helemaal niet verantwoordelijk houden voor zijn gedrag. Zowel hij als het kind zijn allebei gemanipuleerde onverantwoordelijke wezentjes die niets anders hadden kunnen doen dan dat ze deden.

Maar zoals ik al zei ben ik deze experimenten in de loop van mijn studie steeds vervelender gaan vinden. Volgens mij is het eigenlijke antwoord dat we moeten geven op de vraag die in dit experiment wordt gesteld niet ‘nee’, maar ‘weet ik veel’.  Zou je mensen nog aanspreken op hun gedrag als je God was en als je wist hoe hun gedrag volledig gedetermineerd werd door natuurwetten en onzichtbare deeltjes? Weet ik veel?! Ik heb echt geen flauw idee. En volgens mij is dat het enige juiste antwoord wat je kunt geven.

Dit onvoorstelbare gedachte-experiment helpt ons eigenlijk niet veel verder met de vraag die we aanvankelijk wilden stellen. Want wat doe ik nu als ik mijn buurman aanspreek op zijn gedrag? En waarom doe ik dat wel bij hem en niet bij een kind? Ik weet nog steeds niet wat het relevante verschil tussen de twee is. Laat staan dat ik weet of en wanneer het waardevol is om ze erop aan te spreken, en waarom dat zo is.

Dat mijn buurman zijn gedrag volledig gedetermineerd is, daar heb ik vannacht om vier uur toen ik boos in mijn bed lag te woelen geen seconde bij stilgestaan. En ik denk daar ook niet over na wanneer ik hem de volgende dag aanspreek op zijn gedrag. En ik ben nog wel filosoof.

Dat brengt ons bij het probleem waar ik me  tijdens mijn studie steeds meer  van bewust werd.  Sommige gedachte-experimenten zijn zo ver verwijderd van de realiteit dat ze ons nog maar weinig kunnen vertellen over die realiteit. Dat sommige gedachte-experimenten zo onvoorstelbaar zijn is precies het probleem.

Ik kan me niet echt voorstellen wat het is om God te zijn en ik kan me ook niet echt voorstellen hoe het zou zijn om precies te weten hoe iemands gedrag bepaald wordt. Dus ik kan ook niet weten wat ik zou voelen en denken wanneer dat zo zou zijn. Ik weet dus gewoon echt niet of ik iemand nog verantwoordelijk zou houden want ik weet gewoon echt niet hoe het is om God te zijn. Toegegeven, soms voel ik me als een God in Frankrijk. Maar dat is toch niet helemaal hetzelfde.

Op dezelfde manier kan ik me ook niet voorstellen dat de hele wereld zoals ik die nu zie, en u terwijl u dit leest  er niet echt zouden zijn. Dit is niet zoals film kijken, want dan weet ik dat het niet echt is. Het is niet zoals een hologram want daar kan je dwars doorheen lopen, dus dat is ook niet echt. Hoe moet het in vredesnaam zijn wanneer alles waarvan ik reden heb om te denken dat het echt is, niet echt is? Dat dit alles een grote ervaringsmachine is, is werkelijk onvoorstelbaar.

Omdat dat zo onvoorstelbaar is kan ik me ook niet goed voorstellen wat ik zou doen als dat zo zou zijn. En ik kan me ook niet goed voorstellen hoe het is om me aan een machine te koppelen en dan een echte volledige werkelijkheid te ervaren. Als je me zou vragen of ik me vast wil koppelen of los wil koppelen dan zeg ik: weet ik niet. En, laat me nu met rust want ik ben bezig mijn – afgezien van die vervelende buurman- best wel gelukkige leventje te leiden.

Wanneer je toch wilt experimenteren met andere gedachten, perspectieven en voorstellingen om zo de werkelijkheid beter te leren kennen, dan kun vaak beter goede realistische boeken lezen, of films kijken. Het beste argument tegen het hedonisme heb ik bijvoorbeeld gevonden in de roman Madame Bovary van Flaubert. Want wie zou er nu haar dommige tevreden man willen zijn die denkt dat hij het perfecte huwelijk heeft? Een man die eigenlijk door haar wordt veracht en bedrogen… Deze situatie kan ik me nu echt goed voorstellen!    

Niet omdat ik dit vanuit de eerste hand heb meegemaakt natuurlijk…(ahum, fingers crossed)…! Maar ik kan me gewoon goed voorstellen dat ik in zo’n positie zou zitten. En, ik wil niet gelukkig zijn met mijn geliefde en mijn prestaties wanneer hij eigenlijk niet van mij houdt en ik eigenlijk niet zo goed presteer, maar gewoon door anderen voor de gek wordt gehouden. Dat lijkt me waardeloos geluk. En ik wil trouwens ook dat mijn buurman ‘s nachts gewoon geen muziek op zet, anders zeg ik er iets van! Gedetermineerd of niet.