Filosofisch Café Nijmegen

Geluk en kennis – door Mienke de Wilde

‘Beatus homo qui invenit sapientiam’ oftewel  ‘Gelukkig is de mens die de wijsheid vindt’, stond er bovenop het monumentale gymnasiumpand in Apeldoorn. Deze spreuk heeft alles te maken met het thema van vanavond: de verhouding tussen geluk en kennis of wijsheid.

Die plek, met deze spreuk is waar ik voor het eerst leerde over Aristoteles. Arie noemde ik hem in die tijd ook wel. Ja sorry, afkortingen zijn hip wanneer je jong bent. Arie had een visie over geluk. En over kennis ook. Eerder genoemde spreuk  – ‘gelukkig is de mens die de wijsheid vindt’  – komt niet van hem (deze komt namelijk uit het boek ‘Spreuken’), maar vat wel zo ongeveer samen wat Arie ook vond.

Geluk bestaat uit wijsheid en wijsheid vind je door filosofie te bedrijven. Bedrijven. Inderdaad… Want filosofie is natuurlijk liefde en begeerte. Liefde voor de wijsheid. Wijsbegeerte. U zit hier waarschijnlijk ook uit liefde voor de wijsheid. Waarom zou u hier anders zijn? U wordt niet gedwongen (dat neem ik in ieder geval even aan). U zit hier omdat u graag wil komen. Misschien wordt u er zelfs wel een klein beetje gelukkig van (en een stukje wijzer).

Nu vond ik vroeger eigenlijk stiekem al dat Arie wel een boel bombarie had. (Ja, heel lame gezegd, ik weet het.) Wijsheid, échte wijsheid, leidt tot geluk. Geluk is wijsheid. Zoiets vond hij. Ik ben geen filosoof, maar even zo ongeveer…  Het klinkt allemaal supermooi, maar… niet om vervelend te zijn, wat ik mij toen ook al afvroeg, toen ik bij Nietzsche nog moest denken aan ‘hatsjoe’ en ‘gezondheid’: ‘Kennis en geluk’, heel mooi allemaal… Maar even een gedachten-experimentje… Stel nu dat je dat hebt, hè? Die ultieme kennis? Kan je dan eigenlijk gelukkig zijn? Even tussen ons… Ik geloof er geen barst van.

Moet je je voorstellen: jij weet alles. Je hebt álle kennis die er is. Alle kennis dan ook echt, hè? Niet alleen kennis van alles in het leven zelf, je hebt  – heel belangrijk – ook kennis van hoe je die kennis onder woorden moet brengen, zodat je kan communiceren. En je hebt – natuurlijk – ook de kennis  dat je alle kennis in huis hebt. Dat er niets meer valt te leren. Dit is het eindpunt. Gelukkiger kan niet. Nou leuk. En dan?

Daar zit je dan met je vrienden. Ik ben niet het type dat kan praten over koetjes en kalfjes (en schoenen en kleding). Ik hou van écht praten en discussie. Zie je dat voor je? Dan ben je in discussie met een vriend of vriendin en je wéét wel hoe dat gaat… Je discussiepartner probeert jou te overtuigen dat hij wel even weet hoe het zit. Maar nu weet jij zeker, écht helemaal zeker, dat hij maar wat roeptoetert en dat jij toch gelijk hebt. Je probeert hem te overtuigen, maar hij weet niet alles. Dus ook niet dat jij alles weet en hij blijft maar bij zijn standpunt. Elke interessante discussie, waarvan je eerder misschien gelukkig werd, omdat er de potentie inzat om nog wat te leren, verandert zo in een discussie zoals ik me zou voorstellen als zou je die hebben met een hardcore pvv-aanhanger. Frustratie alom.

Okee, nou, dan doen we gewoon even of je discussiepartner wel evenveel weet als jij. Dus ook alles. Hij weet dan natuurlijk ook dat hij alles weet, én ook dat jij alles weet. Waarover kan je dan nog discussiëren? Dan ben je het over alles wat gelukkig maakt al met elkaar eens en ben je gedoemd tot praten over oppervlakkigheden. Dat lijkt me nu echt verschrikkelijk.

En stel nu dat je verder denkt? Want filosofen leggen zich niet zomaar bij iets neer, natuurlijk. Stel nou dat er, nouja, dat er gewoon meerdere waarheden zijn? Verschillende soorten ‘ware kennis’ die naast elkaar kunnen bestaan? Dat je het niet eens hoeft te zijn? Zélfs dan gooit je kennis roet in het eten. Je hoeft het dan misschien niet eens te zijn over de secundaire waarheden. Maar je wéét dan, met je geweldige alomvattende kennis van het leven, dat er daarboven nog een primaire waarheid geldt: namelijk die waarheid dat er meerdere secundaire waarheden bestaan die allemaal evengoed geldig zijn. Het enige waarover dan nog te discussiëren valt, is waarom je voorkeur naar de ene waarheid uitgaat in plaats van naar de andere. Maar dan ben je weer precies waar we nu zijn: bij gevoel in plaats van echte kennis.

De enige optie die overblijft is dan niet extern discussiëren, maar intern. Een eenzaam gelukkig ‘zijn’ met en binnenin je kennis. Misschien een soort Matrix-scenario ofzo. Dat je in een soort innerlijke wereld discussies laat plaatsvinden tussen wezens die je zelf hebt bedacht. Dan ben jij de God of het ‘Zijn’ van je eigen innerlijke wereld met ‘zijnden’ en kan je de discussies als het ware regisseren en heb je op die manier je uitdaging. Spelen met poppen. Of zoiets. Maar eigenlijk vind ik dat best een beetje sneu en eenzaam. Ik was bovendien meer van de lego. Van spelen met poppen ben ik nog nooit gelukkiger geworden. Je weet precies wat komen gaat; dat bedenk je immers zelf, dus de verwondering is weg. Juist datgene wat filosofen proberen op te lossen, die verwondering, datmaakt mij gelukkig.

Of… zou dat kunnen? Nouja, misschien zomaar een ideetje hoor… Of je moet, om toch een beetje verwondering te houden, met jouw innerlijke kennis zelfdenkende wezens scheppen naar jouw evenbeeld, en dan kijken wat ze gaan doen. Dan blijft het toch een beetje een verrassing. Klinkt bekend? Hmmm… nouja, dat levert misschien wel verwondering op, maar of je daar gelukkig van wordt… God zal het weten.

Maar dan nog. Welke vorm van communicatie of non-communicatie er ook zal plaatsvinden, als je het ultieme geluk samenhangt met de ultieme kennis, dan weet je ook wanneer je het ultieme geluk bereikt hebt. Dan weet je dat je nooit, maar dan ook nóóit gelukkiger zal worden dan je op dat moment bent. Dit is alles (– oehoehoehoe –) dit is alles wat er is. En je wéét het! Nou… Lekker dan. Ik weet niet veel, maar ik weet wel dat ik daar doodongelukkig van zou worden.

Ik ben maar een rechtenstudent, dus ik weet nog minder dan wat filosofen weten, maar de route, de begeerte zelf kan denk ik wél gelukkig maken. De ultieme kennis valt eigenlijk altijd tegen. Vergelijk het eens met andere begeerte; liefde en verliefdheid. Is dat eigenlijk niet ook op zijn mooist wanneer je nog niet alles zeker weet? Wanneer er nog een zeker spanningsveld is en je verwonderd kan zijn? Spanning… een soort van magnetische spanning of aantrekkingskracht tussen geliefden… Dat is misschien hetzelfde als spanning tussen filosoof en kennis. Wanneer er geen enkele afstand meer is en elke vorm van verwondering weg is, je álle kennis hebt, bestaat geluk dan nog? Of is het hooguit een vorm van tevredenheid?

Is het verlangen niet datgene wat ons zowel ongelukkig als gelukkig maakt? In dat woord zit (totaal niet etymologisch verantwoord, en nogal uit mijn duim gezogen maar voor mijzelf een mooi geheugensteuntje wanneer ik troost nodig heb) ‘ver’ voor afstand, ‘lang’ voor tijd en natuurlijk ‘en’ omdat het er allebei bij hoort… Verlangen bestaat omdat je een afstand hebt, in plaats en in tijd, tot datgene of diegene, dat of die je wil. Was die afstand er niet geweest, dan was het verlangen er ook niet. Verlangen, afstand geeft ons letterlijk zin… Zin in die- of datgene. Het is zingeving zelf! Dat is volgens mij het geluk. Dat is waar het leven om draait. Het is niet de kennis die de filosoof gelukkig maakt, het is niet de geliefde die de andere geliefde gelukkig maakt, het is niet de fusie tussen wil en het gewilde, tussen actie en reactie of tussen plus en min. Dat maakt slechts neutraal. Geluk is de spanning tussen plus en min, de aantrekkingskracht of het spanningsveld tussen de wil en het gewilde. Het zit juist in dat veld dat ze bij elkaar wil brengen.

Geluk bestaat niet uit de ultieme kennis. Het is de kennis dat, hoe dicht je ook in de buurt komt van die verleidelijke waarheid, er nog zoveel meer is om te weten. Geluk zit in de eeuwige twijfel, het mysterie en de potentie.

Althans, dat denk ik, denk ik. Maar ik weet het niet zeker.