Filosofisch Café Nijmegen

Logica – door Mae Boevink

Ik weet nog goed hoe ik in mijn eerste jaar aan logica begon: ik had alle horrorverhalen van ouderejaars gehoord en die horror bleek voor mij waarheid te worden. De eerste keer dat ik logica deed kwam ik niet verder dan een 4,5 als eindscore. Ik had er uren tijd in gestoken, maar het ging te snel. Vlak voor het hertentamen heb ik medestudenten zitten helpen, terwijl ik het uiteindelijk zelf niet wist te halen gingen zij er vandoor met een voldoende. Het was misschien een voorteken, ondertussen geef ik werkgroepen. Toen ik het voor de tweede keer deed viel het kwartje en wist ik mijn score te verdubbelen.

Van een vak waar ik in mijn eerste jaar om huilde van frustratie, ging het naar een vak waar ik met enorm veel genoegen naar uit keek elke week. Opeens had ik in de gaten dat het niet een kwestie was van: Logica je bent er geweldig in, of je snapt er niets van zoals de ouderejaars altijd zeiden. Ik ging, zoals ik het zelf noemde, enorm HARD op alles wat met logica te maken had. Ik had het spreekwoordelijke licht gezien. Bij alles wat met logica te maken had ging ik in college opeens extra opletten en een onvermijdelijke wisseling van vakgebied bleek nodig. Ik had altijd gedacht dat ik iets met sociaal politieke filosofie wilde doen, maar het intense genoegen wat ik haalde uit het oplossen van een afleiding en later het correct om-schijven van natuurlijke taal in modale logica heb ik nooit ergens anders kunnen vinden.

Het is en blijft lastig om aan mensen uit te leggen wat mij zo trekt in de logica. Medestudenten lijken allemaal in de groep te vallen die een bloedhekel heeft aan het vakgebied en wanneer ik het vergelijk met het maken van puzzels herkennen mensen vaak alleen de frustratie die je voelt wanneer je niet tot een antwoord komt. Ik snap die frustratie, zo voelde ik mij immers ook de eerste keer dat ik het deed, maar ik wou dat mensen ook het genoegen voelde van het worstelen met een opgave en het vervolgens wél oplossen. In dat opzicht is het net als wiskunde; in het begin van het hoofdstuk snap je er niets van, en aan het einde heb je het stappenplan niet eens meer nodig omdat je de regels goed in je hoofd hebt zitten.

Ik ging opeens Heidegger interessant vinden. Dat is misschien een vreemde vergelijking, want wat heeft de beste man met logica te maken, maar dit gebeurde een paar weken geleden. Ik vond Heidegger eigenlijk niet zo’n toffe peer, terwijl mijn docent ethiek in het derde jaar zei dat hij het wel was. Op het moment dat bleek dat we een gastcollege kregen wat met Heidegger te maken zou hebben voelde ik de bui al hangen. Tot bleek dat het hier ging om Heidegger’s niets om te zetten in eerste orde predicaatlogica. Ik was meteen weer totaal bij de les. Om mij heen zag ik mensen hun hoofd uit pure wanhoop op tafel leggen maar ik wilde niets liever dan dat het college een paar uur extra zou duren. Naderhand bleef ik hangen om de gastdocent te vertellen hoe tof ik het had gevonden en gaf hij mij prompt z’n notities en mailde me later een aangepaste versie van het onderzoek wat hij aan het doen was.
Toen ik na het ontvangen van de notities buiten kwam, was ik letterlijk aan het stuiteren. Mijn medestudenten moesten vooral heel erg had lachen om hoe ik reageerde. Ik had toevallig eerder die dag lopen klagen over hetzelfde college tijdens de pauze. De totale omslag die ik in een uur had weten te maken, vonden ze bijzonder amusant Het nam echter niet weg dat zij praktisch in slaap waren gevallen en ik in het college erna de notities zat door te nemen in plaats van op te letten.

Ik was vroeger heel erg fan van een band die ik hier niet nader zal noemen. Ik ging om zeven uur ’s ochtends in de vrieskou buiten een concertgebouw zitten zodat ik ’s avonds vooraan kon staan. Wanneer het concert afgelopen was bleef ik zo lang mogelijk bij de artiestenuitgang plakken in de hoop de band te ontmoeten. Toen ik na het college stond te wachten om met de docent te praten besefte ik me opeens dat ik dat gedrag had overgeheveld naar een academische setting. Ik was duidelijk opeens fangirl op een universiteit. De act waarvoor ik vanaf nu blijkbaar wel in de vrieskou wilde gaan zitten is diezelfde act waarvan ik eerder dacht dat het totaal niet mijn smaak was. Of het te maken heeft met mijn smaak die zich heeft ontwikkeld of met iets anders zullen we waarschijnlijk nooit weten. Wat ik echter wel weet, is dat ik ondertussen het liefst door ga in de logica, al zou Mae van vier jaar geleden mij waarschijnlijk heel hard uitlachen en het liefst door elkaar willen schudden. Maar dat is het mooie aan logica; Ik ben de negatie van de persoon die ik was in mijn eerste jaar. Binnen de afleiding die ik zou kunnen maken heb ik een ontwikkeling doorgemaakt die mij een ander persoon heeft gemaakt. Ik heb een falsum gecreëerd, wie weet wat er in de toekomst gebeurt, ik mag alles invullen wat ik wil onder de streep.