Filosofisch Café Nijmegen

Onze Taak – door Paul van den Boek

Onze Taak

Ik val maar met de deur in huis: ik ben een onverbeterlijke romanticus als het métier van de journalistiek ter sprake komt. De kiem hiervan ligt ruim veertig jaar terug, midden jaren 70 aan het eind van mijn middelbareschooltijd, als vlak na elkaar twee glorieuze journalistenfilms het licht zien die een verpletterende indruk hebben nagelaten. Three Days of the Condor uit 1975 is de eerste, met een glansrol voor de ratelende persen van de New York Times, en vooral:  All The President’s Men een jaar later, met een nog veel glansrijkere rol voor twee journalisten van de The Washington Post bij de onthulling van het Watergateschandaal, wat uiteindelijk zou leiden tot de val van president Nixon. Toen minstens even gehaat door het weldenkende deel der natie als Trump nu. Ik beleefde de journalisten als patriotten, eigenwijze donderstralen op zoek naar onthullingen van wat boze lieden wilden verbergen. Kortom, missionarissen voor de waarheidsvinding. Zo iemand wilde ik ook zijn. Ik stond in mijn eindexamenjaar wekenlang extra vroeg op om als eerste de krant van de deurmat te halen. Om al het nieuws als eerste te lezen. Met de inkt van de drukpersen op mijn vingers ging ik naar school.   

Op school en in mijn studiejaren in Nijmegen kreeg ik de geuzennaam ‘journalistje’ opgeplakt, uiteraard naar volle tevredenheid. Het zal te maken hebben gehad met mijn neiging altijd weer door te vragen, tot vervelens toe. Nog steeds speel ik liever de advocaat van de duivel dan mee te knikken met standpunten, al helemaal als ze saai zijn. Olie op het vuur gooien, de keerzijdes belichten, voeten tussen deuren steken: goddank bleef het niet bij karaktertrekjes, nee: ik heb er uiteindelijk mijn beroep van mogen maken. Nóg weet ik mijn eerste dag als journalist. Ik betrad heilige grond, niet bij de New York Times of The Washington Post, maar ook hun kleine Radboud-broertje Vox maakte me trots genoeg. Je bracht er weliswaar geen presidenten ten val – zelfs geen universiteitsbestuurders – maar onze missie was een gelijke: een duit in het zakje doen in de waarheidsvinding.    

Hooggestemde idealen vragen om barsten, en de eerste barst – meteen een van betekenis – kwam van een vriend die midden jaren 80 onderzoek deed naar het beeld in de media over de oorlogen in Midden-Amerika. Ai: de berichten over El Salvador en Nicaragua klopten niet, en – geen toeval – die berichten waren geheel in lijn met wat de Amerikaanse regering ons wilde doen geloven. Er ging een wereld achter schuil van voorlichtingsdiensten en CIA, die met succes hun beeld van de werkelijkheid tot het beeld wisten om te smeden. Let wel: mijn vriend onderzocht het beste wat de journalistiek in die jaren had te bieden, zoals de nog steeds veelgeprezen The Guardian en de Volkskrant.

Nóg een barst die het vertrouwen in de journalistiek ondermijnde: in 2009 verscheen van de hand van de Brit Nick Davies de omvangrijke studie Flath Earth News – in het Nederlands verschenen als Gebakken Lucht – waarin de bevindingen van mijn vriend driedubbel werden bevestigd. Elke dag stromen moeiteloos – ook in de serieuze media – tal van verdraaide verhalen door de nieuwskanalen, opgestuwd door een kolossaal en almaar groeiend apparaat van voorlichters, spindokters, belangenorganisaties en communicatiemedewerkers. Geen partij voor het slinkende leger van journalisten dat zijn nieuwswaardes probeert hoog te houden.

Toen heette het desinformatie, nu zeggen we fake news. Niks nieuws onder de zon? Toch wel. In de jaren 80 was de krant een meneer, een van de weinige nieuwspodia naast radio en tv. Het probleem van vandaag is niet dat deze podia steeds meer onzin verkopen, nee: je kunt ze te gemakkelijk links laten liggen. De stem van die vroegere ‘meneer’ is nu een van de vele, vele stemmen binnen de internetfora en sociale media. En de desinformatie van toen heeft de kranten helemaal niet meer nodig om haar invloed te doen gelden. Het internet ruikt zoals bekend als een beerput. Ik heb het niet nagerekend, maar je hoort zeggen dat de helft bestaat uit porno en samenzweringstheorieën, en het part dat pretendeert aan waarheidsvinding te doen, brengt het publiek niet per se dichter bij die waarheid. Maar dat deed die oude meneer toen er alleen papier was dus ook niet altijd.  

Er is niet alleen iets met het medialandschap gebeurd, maar in het verlengde daarvan vooral iets met ons publiek. Ga er maar aanstaan als informatiezoeker. Uit het dagelijks destillaat via Twitter, Facebook, NU.nl, gratis kranten, websites en noem maar op, wordt iets gebrouwen wat ieder voor zijn of haar waarheid houdt. De oude meneren van toen doen allemaal ook digitaal hun uiterste best hun stem te laten horen, maar zijn roepende in de informatiewoestijn. Wat kan een antwoord zijn voor die journalistiek op het nepnieuws? De vraag veronderstelt een helder beeld van ‘de journalistiek’. Dat beeld is mogelijk voor de beroepsgroep zelf nog wel helder, als hoeder van nieuwswaardes, maar minder helder voor het publiek. Wat een adequaat antwoord verder in de weg zit, is haar afkalvende omvang. Waarheidsvinding kost geld, waar we steeds minder voor over hebben en waardoor de podia uit armoede het nieuws vaker rondpompen dan vergaren – online niet meer dan één druk op de knop. Tussen wat als journalistiek wordt gezien en wat niet, ontstaat gaandeweg een steeds groter grijs gebied.

Afgelopen week is de film The Post in première gedaan, sterk verwant aan All The President’s Men van veertig jaar geleden. Met opnieuw de naar waarheid jagende journalisten op een voetstuk, dit keer om The Pentagon Papers te onthullen. In de Nixon van toen moeten we Trump lezen, en ach, waarom zou het de journalistiek niet lukken om ook hem ten val te brengen? Wat, kortom, moeten we doen in reactie op het nepnieuws? Het antwoord is niet zo moeilijk: gewoon ons werk blijven doen. Juist nu. Juist in het huidige informatiedoolhof zijn waarheidminnende patriotten van belang. Laat de persen maar ratelen – er komt veel rotzooi van, maar soms ook iets heel moois, en van het allergrootste belang.