Filosofisch Café Nijmegen

Nostalgie – door Pam Tönissen

Ik weet niet zeker of ik al genoeg jaren ben meegegaan om al mijn reflecties over nostalgie met u te mogen delen, maar goed, hier gaan we dan toch maar.

Wat zou u doen als u een tijdmachine had? Waar zou u zich heen laten flitsen? Ik heb deze vraag een paar dagen geleden voor de grap eens gegoogeld, en de meest voorkomende antwoorden waren best veelzeggend: ik kwam dingen tegen als “ik zou teruggaan naar het Wilde westen om als cowboy over de prairie te rijden”. Of “ik zou naar de tijd van Columbus gaan om als een echte ontdekkingsreiziger de wereldzeeën te trotseren”. Of “Zou het niet geweldig zijn om in de middeleeuwen getuige te zijn van riddertoernooien? In die tijd betekenden trouw en eer tenminste nog iets.” In eerste instantie was mijn eigen antwoord ook van deze soort: “als filosofie student zou er voor mij niets mooiers zijn dan mezelf terug te laten schieten naar het oude Griekenland. Stel je voor, ik zou met Plato kunnen praten en midden op de Agora in discussie kunnen gaan met Socrates! Zouden al deze opties niet geweldig zijn?”

Nou, waarschijnlijk zou dat vies tegenvallen. Als cowboy in het Wilde Westen was de kans denk ik vrij groot dat je ófwel bezig was inheemse volkeren uit te moorden, ófwel bezig was gescalpeerd te worden. En als je terug zou worden geflitst naar het schip van Columbus? Goede kans dat je niet fier op het voordek zou hebben staan uitkijken over de horizon, maar dat je in plaats daarvan op het achterdek zou hebben liggen wachten tot de scheurbuik een einde maakte aan je lijden. En als je in de middeleeuwen terecht zou komen? Je zou wel heel veel geluk moeten hebben om daar toevallig bij de paar procent van de bevolking te horen die zich niet langzaam aan het doodwerken was op de akkers van een feodale heer. Mijn eigen fantastische antwoord is natuurlijk even onrealistisch: als vrouw in het oude Athene zou ik helemaal niets op de Agora te zoeken hebben gehad. Het beeld van Plato die gul zijn wijsheid met mij zou delen terwijl ik gemakkelijk tegen een zuil aan zou zitten leunen is op zijn minst wat naïef, om niet te zeggen lachwekkend.

Maar wat ik nog veel opvallender vond dan de tijden waar mensen naar zouden willen terugkeren, was dat er bijna niemand was die de tijdmachine zou gebruiken om naar de toekomst te reizen. Is er dan niemand benieuwd?

De enige verklaring die ik kan bedenken is dat we blijkbaar op een andere manier een beeld vormen van het verleden dan van de toekomst. Bij de toekomst moet je maar afwachten wat je krijgt, met het risico dat je dat maar niks vindt. Je zou denken dat het makkelijker is om een beeld van het verleden te vormen; dat is immers al deel van ons collectief geheugen. Maar zo volledig is dat geheugen blijkbaar niet; we herinneren ons niet het hele verleden, maar we maken er ook een selectie uit; we pakken de mooiste, beste, meest heldhaftige brokjes geschiedenis en daar stellen we dan langzaam een romantisch beeld van samen. Met andere woorden, als het om het verleden gaat doen we aan Cherry-picking.

(Bij dit woord moet ik even een voetnoot plaatsen: Cherry-picking laat zich nog het best vertalen als ‘de krenten uit de pap halen’. Nu is het mij volstrekt onduidelijk waarom iemand een dampend bord pap zou willen verpesten door er dingen in te gooien die eruit zien als verschrompelde geitenkeutels, laat staan waarom het iets positiefs zou zijn om ze er vervolgens uit te pikken, behalve om ze ritueel te verbranden. Bij cherry-picking kan ik me dan wel weer een goede voorstelling maken; kersen (cherries) zijn gewoon lekker, maakt niet uit waar je ze in gooit of uit pikt. Ik blijf het dus mooi Cherry-picking noemen.)

Als we ons het verleden herinneren doen we dus aan cherry-picking. Dat doen we blijkbaar anders met de toekomst, anders zouden wel meer mensen zich vooruit laten flitsen. Het lijkt soms zelfs wel alsof we ons bij de toekomst alleen maar de rotte appels voorstellen. We zien niet de hoop dat alles beter kan worden maar alleen dat alles “naar de haaien gaat”. Zo vinden sommigen van ons het heel fijn om dramatisch te fronsen en dan tegen jonge mensen dingen te zeggen als; “Ach, geniet er nog maar even van je studietijd. Als je eenmaal gaat werken heb je nooit meer tijd om te doen wat je wilt. Dat komt pas weer als je met pensioen mag, en tegen de tijd dat jij zo ver bent is de pensioenleeftijd vast alweer zo ver opgeschoven dat je te seniel bent om nog te weten wat je met je leven aan zou moeten. En dan ga je dood.” Dan ga je je als jonge student al bijna schuldig voelen omdat je ook maar gewoon aan het aanmodderen bent en niet constant intensief van je vrijheid geniet. Daar hebben de meeste jongeren trouwens ook veel te veel keuzenstress voor.

Als we alleen maar aan Cherry-picking doen voor het verleden en alleen de rotte appels willen zien in de toekomst, dan is nostalgie best een logisch gevolg. En het is toch eigenlijk ook vrij onschuldig om af en toe terug te verlangen naar de tijd dat “ga even een fles shampoo kopen” nog gewoon een simpele opdracht was, en je niet 3 uur in de Etos hoefde te staan worstelen met de vraag “maar wat voor haar heb ik nou eigenlijk?”.

Maar is het wel zo onschuldig? Cherry-picking uit onze persoonlijke geschiedenis is meestal niet zo erg; wat maakt het mij uit als u liever terugdenkt aan de eerste stapjes van uw dochtertje dan aan de subtiele strontlucht die de hele bovenverdieping van het huis jaren in zijn greep hield. Maar het wordt al gauw ingewikkelder zodra we gaan cherry-picken op aspecten van vroeger die voor óns wel cherries zijn, maar die voor andere mensen juist de rotte appels zouden kunnen zijn. “Die goeie oude tijd waarin er nog respect was voor Nederlandse waarden; waarin het nog duidelijk was welke rol je had als man in de Nederlandse samenleving; en welke als vrouw. Waarin onze banen nog niet werden ingepikt door buitenlanders en mannen nog gewoon alleen met vrouwen trouwden.”

Om terug te komen op de tijdmachine; er is nog een derde optie: je zou hem ook gewoon onaangeraakt in de garage kunnen laten staan. Ik ben grappig genoeg niemand tegen gekomen die voor deze optie zou gaan. Het is blijkbaar bijna vanzelfsprekend om het heden over te willen slaan. En dat doen we toch eigenlijk ook al zonder een tijdmachine? Hoe vaak verlangen we wel niet terug naar een tijd dat we nog vooruit konden kijken?

Maar kunnen we wel aan het heden ontsnappen? Zelfs al zouden we ooit een tijdmachine uitvinden, dan nog zouden we volgens mij nooit méér kunnen doen dan het heden verplaatsen. Je kunt je 10.000 jaar terug of vooruit laten schieten, maar voor jou wordt elke tijd waar je uitstapt ‘het nieuwe heden’. In de woorden van schrijver Eugène Ionesco: “de toekomst is ons hemd, maar het heden is onze huid”.

En die huid heeft zo veel meer laagjes dan dat hemd, en is zo veel ingewikkelder. Van het verleden herinneren we ons de helft niet en kunnen we bovendien met terugwerkende kracht zeggen waar de fouten zijn gemaakt. En wat er in de toekomst zal gebeuren kunnen we nog niet inschatten. Het heden is het moment waarop we het beste recht kunnen doen aan hoe complex onze wereld is. Kijken we daarom maar liever terug naar een tijd dat we nog vooruit konden kijken? Zodat we de draaikolk van het heden netjes kunnen overslaan? Zodat we over het ravijn kunnen springen waar we zouden moeten dealen met positieve én negatieve prikkels? En toch, het paradoxale is dat het heden waar we ons blijkbaar liever niet te bewust in begeven de enige plek is waar we niet aan kunnen opsnappen. Het is altijd nu.

Dus is dat het dan voor de nostalgie? Moeten we voortaan dan maar geen selectief geheugen meer hebben? Als ik eerlijk ben denk ik niet dat een wereld waarin mensen zich alles precies zouden herinneren een erg fijne wereld zou zijn: Stel je voor, dan zou u zich over een week niet alleen de lekkere hapjes en de leuke sfeer hier in Trianon herinneren, maar ook dat de columnist veel te lang door bazelde en dat ze bovendien al uw dromen over tijdreizen naar een mooi simpel verleden grondig heeft vertrapt. Maar goed, dat zal u zich tegen de tijd dat deze avond materiaal voor nostalgie is geworden, vast niet meer herinneren.