Filosofisch Café Nijmegen

Een schep – Stijn van Lankveld

Heeft u vroeger ook op de basisschool, ‘dat ene joch’ in de klas gehad? Dat ene joch dat altijd achterin, in een hoekje in het lokaal zat? Dat ene joch dat niet echt al te veel contact had met de rest van de klas? Dat ene joch van wie men kon vergeten dat hij er was? Hey, aangenaam, Stijn van Lankveld, leuk je eens te ontmoeten. Dat laatste is geen geintje trouwens, ik weet nog dat ik vroeger op een kinderfeestje was uitgenodigd, en ik heb de halve tijd onder een kast gelegen zonder dat iemand het doorhad. Pijnlijk… maar ja, dat was ik dus. Stil, alleen, verlegen, en kijk me nu toch eens staan! Ik sta hier, voor een zaal volslagen onbekenden m’n complete basisschoolleven uit de doeken te doen. Hoe is het zo gekomen? Ik vraag het mezelf ook wel eens af. Waar is de Stijn van vroeger, en wat is ervoor in de plaats gekomen? En vooral: waarom? Nou, ’t blijkt dat kleine Stijntjes groot worden.

Ik zal jullie de details besparen, anders wordt dit een column van 10 minuten (tried and tested,) maar wat jullie moeten weten is dat ik de eerste 12 jaar van mijn leven nagenoeg geen vrienden had, maar wel om me heen keek, en zag hoe leuk andere mensen het met elkaar hadden, het gezellig hadden, beste vrienden voor het heeeeeeele leven waren. Ik heb de eerste 12 jaar van mijn leven verzucht ‘hoe zou dat nou toch zijn,’ ik heb die tijd haast in afgunst en jaloezie doorgebracht omdat ik óók vrienden wilde hebben! En in de derde was het eindelijk zo ver. Ik had iemand gevonden die ongeveer even geïsoleerd was als ik, en ik wist met hem te connecten. Gaandeweg kwamen er nog meer vrienden bij, op sociaal gebied heb ik een inhaalslag van jewelste gemaakt. Wat heeft dit nu met het onderwerp te maken? Zonder mijn hebzucht was ik hier nooit geweest. Als ik nooit had gedacht ‘dat wil ik ook hebben!’ was ik nooit uit mijn eenzame schulp gekropen. 

MAAR! Het punt is nu vooral, dat ik in klas 4 ben blijven zitten. Op zich geen probleem, en ik wist zowaar zelfs het contact buiten de klas aan te houden deze keer. Dat is alleen nu wel een tikje pijnlijk, want de rest van mijn vriendengroep is nu net klaar met hun examens, en focussen zich al op het leven ná het middelbaar. Van sommigen weet ik al, die gaan het halen. Van anderen weet ik het ietsjes minder zeker, maar ik heb nog steeds het volste vertrouwen in hen. Dat betekent dat ik (hoogstwaarschijnlijk) volgend jaar wéér alleen ben… op zich, ik heb er ervaring mee, en ik vind alleen zijn niet érg. Aan de andere kant, ik heb dat kleine stemmetje in mijn achterhoofd, het duiveltje op mijn schouder, dat me toefluistert: “Je weet dat je stiekem hoopt dat ze zakken.” En dat klopt; heb ik het al eens met ze over gehad. Mijn hebzucht, die me zoiets moois als vriendschap heeft bezorgd, laat me nu hopen dat diezelfde vrienden niet verder kunnen met hun leven, en dat haat ik aan mezelf, dat haat ik oprecht. 
Is hebzucht zoals dit nog goed te noemen? Nee, anders had ik niet mijn vrienden zoiets negatiefs toegewenst, want je gunt je vrienden toch het allerbeste? Kan ik het slecht noemen? Ook nee, want het heeft me iets heel moois gegeven. Dit heeft me er toe doen leiden te denken, dat hebzucht niet goed of kwaad is, het is niet mooi, het is niet slecht, hebzucht… is gewoon. En zolang de Homo Sapiens op deze wereld rondwandelt, zal het waarschijnlijk ook altijd zijn, net zoals de mensheid zelf. 

Ik zie het als… als een soort van schep, eigenlijk. Ja, een schep. Iedereen heeft op de een of andere manier wel een schep. De een heeft een steekspade, de ander een klein gekleurd plastic schepje dat een moeder haar 3-jarige koter meegeeft als ze naar het strand gaan, de volgende komt aanrollen in zijn graafmachine… schepjes zijn er in verschillende soorten en maten. Maar, het gaat niet om het formaat van je schepje, het gaat erom hoe je het gebruikt. Je kan een put graven in Afrika, zodat, eh, Mabowi, het zielige zesjarige meisje, niet meer dagelijks 5 kilometer op haar blote voeten moet lopen voor een plensje water. Je kan er ook een stel loopgraven mee graven, zodat we weer een stevige reminder kunnen krijgen van de verschrikkingen van de loopgravenhel die de Eerste Wereldoorlog is. Maar betekent dat nu dat je schep goed of slecht is? Of is je schep gewoon een schep, en is het aan jou of je het voor goede of kwade dingen gebruikt? Is hebzucht goed of slecht, of is het doel waarvoor je het gebruikt dat?