Filosofisch Café Nijmegen

Is kwaad onverschilligheid?

door Celestine Trienes
dinsdag 5 juni

Het kwaad is totale onverschilligheid, vinden jullie ook niet?

Anders Breivik pleegde aanslagen in Noorwegen waarbij 77 mensen om het leven kwamen. Zowel een bomaanslag in Oslo als een schietpartij in Otoya. Hij zei dat het niet anders kon, zijn daden waren gruwelijk maar noodzakelijk. Hij ziet zijn daden zelf niet als kwaad. Robert M. heeft kinderporno verspreid, kinderen gedrogeerd om ze daarna te verkrachten, in de crèche waar hij werkte. Ook hij vindt dit niet kwaad, hij was zich van geen kwaad bewust.

Beiden zijn totaal onverschillig, en hebben kwaad gedaan, natuurlijk niet op alle fronten, want over hun eigen doel bereiken waren ze maar al te onverschillig, maar op één front heel erg: ze zien de ander niet meer als ander, het maakt ze niks uit wie de ander is. Ze zien de ander als middel, niet als doel. Ze zien geen individuen meer, ze zien geen mensen meer, maar gewoon nummertjes. Het maakt voor Breivik niet uit wie hij doodde, als hij maar doodde om de linkse groeperingen uit te schakelen. En het maakte voor Robert M. niet uit wie hij verkrachtte, als hij maar verkrachtte om zijn eigen lusten te bevredigen.Volgens Levinas, een wat modernere filosoof, mag je de Ander niet gebruiken voor eigen doeleinden en is de ander niet ongewild de integreren voor eigen doeleinden. De Ander, met grote letter, is een weerloos schepsel waarvoor jij als persoon verantwoordelijk bent. Door onverschilligheid hebben Breivik en Robert M. hun verantwoordelijkheid misbruikt, ze hebben geen enkel gevoel meer, geen emphatie. En heeft het kwaad zich van hen meester gemaakt.
Dit zijn natuurlijk extreme gevallen.

Breivik en Robert M. waren TE onverschillig, en iets waar TE voor staat is bij voorbaat al slecht.

Is onverschilligheid altijd kwaad? Onder onverschilligheid versta ik dat niks meer uit maakt. Alles is gelijk. Je ziet geen enkel verschil tussen belangrijke en niet belangrijke dingen. En ik wil ook graag het onderscheid maken tussen onverschilligheid die van nature bij sommige mensen is aangeboren, wat kan leiden tot kwaad. En een onechte onverschilligheid. Bij de tweede zou ik graag een voorbeeld willen geven. Als iemand iets slechts over mij zegt, bijvoorbeeld `je gooit met de pet naar dingen’. Dan denk ik BOEIEND, het is mijn leven, ik doe er mee wat ik wil, als jij vindt dat ik met de pet naar dingen gooi moet je dat zelf weten, ik weet als enige hoe het echt zit. Maar diep van binnen raakt het me nog steeds, ik gebruik onverschilligheid dan als zelfverdediging. Om dingen voor mezelf gemakkelijker te maken: een slecht punt voor mijn proefwerk BOEIEND, een rotopmerking van een klasgenoot BOEIEND, een roddel over jou waarvan je niet wilt dat die nog verder verspreid wordt BOEIEND. Is dit nou echt het kwaad? Of is dit iets wat je nodig hebt om te overleven? Is onverschilligheid bij de mens niet een soort beschermlaag die je kunt verdikken als het zwaar wordt? Is onverschilligheid niet een hang naar vrijheid, misschien word je als je onverschillig bent wel net als de natuur, zoals de golven van de zee, de bliksem of een aardbeving. Deze zijn ook onverschillig. Klinkt mij stiekem niet verkeerd in de oren, lijkt me een rustig leven om lekker rond te kabbelen en me nergens iets van aan te trekken, maar dit natuurlijk zonder anderen kwaad te doen. Of als ik eigenlijk aan school of iets anders verplichts moet werken en ik met mijn onverschilligheid mezelf toestemming geef om iets anders te gaan doen.

Of zou onverschilligheid meer een soort luiheid zijn: ik hoef niet te leren voor dit proefwerk, het maakt me toch niet uit wat ik haal. Ik ga met de auto, het milieu is toch al verpest. Ikzelf heb hier ook weleens mee te kampen gehad. Dan dacht ik bijvoorbeeld, ik vind dit boek zo oninteressant, dat ga ik echt niet lezen. Maar als ik mezelf dan dwong het toch te lezen bleek ik het heel interessant te vinden. Zo zie je dat onverschilligheid een beetje kwaad is, het blokkeert je in je doen en laten, in je weg om gelukkig te worden.

Ook zou je onverschilligheid kunnen vergelijken met acceptatie. Als je van alles denkt het maakt niet uit, accepteer je eigenlijk alles. Ook dingen die je eigenlijk niet zou moeten accepteren. Je bent heel erg boos op je vriendin, omdat ze je iets heeft vertelt wat je haar in vertrouwen hebt vertelt. Je flipt compleet, maar dan in een moment denk je: wat maakt het eigenlijk ook uit. Dan heb je het geaccepteerd, en is het weer goed. Hiermee moet je ook oppassen, er moet een grens zijn.

Nu praat ik alsof ik onverschilligheid een goed ding vind, wat ik niet ontken. Maar onverschilligheid maakt de mens ook oppervlakkig. Ikzelf ben een tegenstander van moderne snufjes, als al die leuke telefoons waar men de hele dag mee op facebook en twitter zit. Zo ontwikkel je grote onverschilligheid in met wie je omgaat, je hebt toch 500 vrienden op facebook, wat maakt het nog uit met wie je praat. Het contact is nep, je verwaarloost je echte leven.

Overvloed maakt onverschilligheid. Als je teveel vrienden hebt, maken die vrienden je niet zoveel meer uit. Als je teveel geld hebt, maakt het je niet echt meer uit waar je het aan uitgeeft. Als je teveel te doen hebt, geniet je niet meer van de mooie dingen die je doet.

Ik wil nog even de nadruk leggen, wat zeer belangrijk is bij onverschilligheid in verband tot het kwaad. Dat er een wel degelijk een verschil is tussen onverschilligheid tegenover jezelf en onverschilligheid tegenover een ander. Je kunt namelijk het heel belangrijk vinden dat jij een mooi huis hebt, je bent dan verschillig, en totaal onverschillig zijn over dat andere mensen misschien niet eens een huis hebben. Of andersom: dat het je niet uitmaakt dat jij geen eten hebt, als je geliefden maar kunnen eten.

Onverschilligheid kan leiden tot depressies. In depressies en psychoses zijn mensen vaak onverschillig. Maar ook bij verschilligheid kun je in depressies raken.

Hoe zit het eigenlijk met verschilligheid? Leidt dit ook tot het kwaad? Als je totaal verschillig bent dan maak je overal een verschil van. Dat wil zeggen dat je verandert in een controlfreak, je wilt overal controle over hebben en dat kan nou eenmaal niet. Ik denk niet dat een mens het aankan om verschillig te zijn, als je je alles aantrekt wat mensen over je zeggen. Ook hier geldt weer dat je verschillig kunt zijn tegenover anderen en niet tegenover jezelf en omgekeerd. En ook weer is TE verschillig kwaad. Dit kan evengoed leiden tot psychoses en depressies, die weer kwaad veroorzaken.

Wat je uit mijn bevindingen over verschilligheid en onverschilligheid kunt opmaken is dat er een balans gevonden moet worden om het kwaad uit te bannen. Onverschilligheid is goed voor je tot op zekere hoogte. Wanneer je merkt dat het je niet meer helpt, maar het je alleen maar verder in de onverschilligheid brengt moet je ingrijpen. Als onverschilligheid niks meer beter maakt moet je wat verschilligheid toevoegen. Wanneer dit precies moet is een moeilijke vraag. Ik denk dat je dat voor jezelf moet uitmaken en dat het voor iedereen anders is. Ik zelf zit op dit moment in een fase in mijn leven waarin onverschilligheid een grote rol speelt als zelfverdedigaar, om fijn in het leven te staan. Maar het zet me aan het denken, als je echt iets wilt bereiken in het leven heb je denk ik ook verschilligheid nodig. Zoals Aristoteles zegt moet je de gulden middenweg bewandelen.

Maar ik dwaal af, terug naar de vraag die ik stelde aan het begin van deze column. Is onverschilligheid kwaad? Ik denk van niet, als het geen extreme vormen aanneemt kan onverschilligheid een rol in het leven spelen. En als je een goede balans vindt kan het je zelfs een weg helpen vinden naar een gelukkig leven. Maar ik moet toegeven dat onverschilligheid wel degelijk een rol kan spelen bij het kwaad. Namelijk het niet uitmaken van daden die je doet of denkbeelden die je hebt. Het maakt allemaal toch niet uit.

Op deze avond laten wij met zijn allen zien dat we niet onverschillig zijn over het kwaad, en dit doet mij deugd. Dank jullie wel.