Filosofisch Café Nijmegen

Implicatiekunst! De (immorele?) experimenten van kunstenaars

Wat is er nog nieuw in de beeldende kunst? In de afgelopen 150 jaar heeft de beeldende kunst zich ontwikkeld tot een lange traditie van zelfreflectie. Van impressionisme langs expressionisme, kubisme, dadaïsme, minimalisme tot postmodernisme. De canon zoals het nu wordt gedoceerd aan academies en universiteiten is op het oog één lange sliert van opeenvolgende en op elkaar reagerende ‘ismen’. Kunsttheorie kleedde met de jaren haar object uit, ontdeed het uiteindelijk van elke vorm van betekenis en verwijzingen. In het postmodernisme ontdoet kunst zich uiteindelijk ook van het ‘isme’ zelf. Waar kunnen we nog over dromen na Duchamps’ toilet, als zelfs het banale en dagelijkse, wellicht zelfs het immorele, verheven kan worden tot een categorie die we zo hoog op een voetstuk hebben geplaatst? Tegelijkertijd is dat voetstuk zo hoog geworden dat vervreemding is opgetreden.

Filosofen en kunsttheoretici proberen al twintig jaar het vacuüm te vullen met nieuwe analyses en definities. Post-postmodernisme, metamodernisme, het zijn pogingen om het nieuwe te vangen, het experiment te duiden. Om kaas te maken van een verzameling aan activiteiten, objecten, artefacten, afbeeldingen, die zich vooral volgens een hele eigen logica en speelsheid ontwikkelen. Waarvan we de waarde meten in zowel geld als in immateriële categorieën. Sommigen stellen zelfs dat het klaar is met de voorwaartse kracht van vernieuwing en experiment, beeldende kunst zou uitontwikkeld zijn en niets anders meer kunnen dan zichzelf herhalen, tot zelfs het glimmende oppervlak van de spiegel waarin het zichzelf beschouwt dof is geworden.

In het voorjaar van 2015 deed ik, als filosoof, onderzoek voor het Special Guests programma van het Van Abbemuseum in Eindhoven. Het museum werd in 1936 geopend en dankt haar collectie moderne kunst aan oprichter en financier, sigarenhandelaar Henri van Abbe. Sindsdien heeft het museum een bijzondere collectie opgebouwd, met de nadruk op moderne en hedendaagse – vernieuwende – kunst. De huidige generatie conservatoren staat met beide benen in de samenleving. Ze programmeren bewust kunstenaars met een andere etnische achtergrond, onderzoeken welke rol gender speelt in de collectie en de architectuur van het gebouw zelf en reageren actief op maatschappelijke ontwikkelingen binnen Europa in een mondiale context. Directeur Charles Esche en zijn staf zijn er namelijk van overtuigd dat kunst ook kan functioneren als een uitsluitingsmechanisme. Het museum heeft daarom de verantwoordelijkheid om maatschappelijke veranderingen te ondersteunen. Om die reden is het Van Abbemuseum in 2014 gestart met het Special Guests programma, een poging om het museum inclusief te maken. Doelgroepen die op basis van lichamelijke of geestelijke beperking geen toegang hebben tot kunstwerken in een museale context wordt een op maat gemaakt programma aangeboden om toch de drempel over te kunnen.

Ik heb binnen dit project rondleidingen bijgewoond met onze Special Guests, groepen blinde en zeer slechtziende gasten, waarmee ik samen met Marleen Hartjes, coördinator van het project, en een ervaren rondleider op zaal schilderijen, beelden, installaties, foto’s en video’s besprak. Ik hoor u nu denken: hoe kan dat, iemand die blind is kan de beeldende kunst toch niet waarnemen? Beeldende kunst, waarvoor het oog het meest dominantie zintuig voor waarneming is, waarom zou je dat eigenlijk willen behandelen in een programma voor blinden?

De tweede vraag is eenvoudig: omdat beeldende kunst voor iedereen toegankelijk moet zijn!

De eerste vraag behoeft een uitvoeriger antwoord. Maar, laat ik alvast verklappen: het kan zeker! Sterker nog, door die rondleidingen heb ik de werken die we bespraken veel beter waargenomen dan ik ooit zou kunnen met alleen mijn ogen.

Beeldende kunst hangt in moderne musea. Ik denk dat dit beeld iedereen in deze ruimte wel bekend is: een grote rechtvormige witte zaal, waar de schilderijen op ooghoogte op de muur zijn geplaatst, met voldoende afstand en soms een koordje op 30 cm afstand, zodat u niet te dichtbij kan komen. Kleine objecten staan vaak in een vitrine, grotere beelden in de ruimte, wederom met een koord afgescheiden. Do not touch! Gepaste afstand bewaren!

Dit is een bij uitstek moderne uitvinding. In de 17e en 18e eeuw waren collecties in privébezit, en was het zelfs heel gebruikelijk om kunstwerken aan te raken, om zo kennis op te doen van het materiaal, gewicht, textuur, vorm en geur. Deze manier van waarnemen was heel intiem en wordt in de literatuur beschreven als bij uitstek de manier om een esthetische ervaring te krijgen van een werk. Vanaf het moment dat kunstverzamelingen publiek bezit werden in de 19e eeuw, werd het zicht het dominante zintuig. Niet op de laatste plaats omdat de kostbaarheden tegen het onopgeleide publiek moesten worden beschermd.

Toch is aanraken precies dat wat de rondleiders van het Special Guests programma aanbieden. Door middel van tast wordt de bezoeker de mogelijkheid geboden zich een beeld te vormen. Letterlijk. In de overzichtstentoonstelling ‘De Collectie Nu!’ staat een bronzen beeld van Juan Muñoz, Listening Figure. Deze sculptuur heeft de vorm van een tuimelaar, is ongeveer 1.2 meter hoog en leunt met zijn rechteroor tegen de muur. De rechterarm is op de rug gebogen, de linker arm hangt langs het lichaam. het bovenlijf gaat over in een kogelvormige onderkant, die als het ware heen en weer is getuimeld.

We vroegen onze gasten om door middel van tast het oppervlak, de vorm en lichaamshouding van de figuur te onderzoeken. Doormiddel van tast neem je de sculptuur nooit in één keer in je op, zoals je dat wel doet met je ogen. En prompt komen er details naar boven die aan het oog zijn onttrokken. Waarom hebben de ogen van het beeld tralies? Wat betekent het dat de handen van het figuur zo ontspannen zijn? Waar staat het beeld naar te luisteren? We vroegen onze gasten vaak ook om dezelfde houding aan te nemen als het beeld zelf. En geleund tegen de muur vertelden ze vanuit eigen lichamelijke ervaring welke uitstraling het beeld in de ruimte heeft.

We behandelden niet alleen sculpturen en installaties aan de hand van tast, maar ook schilderijen, foto en video met behulp van muziek, geursamples, voelplaten en replica’s.

Onze Special Guests waren elke maand opnieuw verrast door de rondleiding, soms zelfs tot tranen geroerd. Ik heb deze rondleiding ook medeverzorgd voor groepen ziende mensen. De resultaten waren verbluffend. Ook zij hadden de indruk directer contact te hebben met het kunstwerk, sommige hadden zelfs een sterke lichamelijke reactie, emoties kwamen aan de oppervlakte. De kunstwerken maakten veel los, met beide groepen volgden vaak hele persoonlijke en geëngageerde gesprekken. Het betrekken van alle zintuigen bij beeldende kunst voegt, kortom, een aantal dimensies aan de museumervaring toe. Zien is daarvoor geen harde voorwaarde.

Niet alleen het Van Abbemuseum probeert met behulp van het aanspreken van alle zintuigen de museumervaring voor iedereen te verrijken, de laatste jaren is dit in opkomst bij kunstenaars en tentoonstellingsmakers. Ik denk dat hier de kunst echt kan vernieuwen. We moeten ons niet langer druk maken om de vraag wat kunst is, maar onszelf afvragen hoe we met beeldende kunst omgaan. We moeten stilstaan bij wat beeldende kunst met ons doet. Niet door wederom het kunstwerk als medium op zichzelf te bevragen, maar we moeten beeldende kunst van zijn sokkel halen en in gebruik te nemen.

Laten we de dominantie van het zicht doorbreken!

2 februari 2016

Barbara Strating