Filosofisch Café Nijmegen

Islam & democratie: welk debat precies?

Door Bert Brussen

Dinsdag 1 september 2009

Gisteren las ik in het Filosofisch Café te Nijmegen een column voor. De sympathieke organisatie van filosofiestudenten van mijn oude universiteit organiseert elke maand een drukbezochte avond met voor liefhebbers vaak goede discussies en een interessante inhoud. Eens in de zoveel tijd huren ze mij in om wat voor te komen lezen uit eigen werk. Het is wel zwaar onderbetaald en ook nog eens in de diepste regionen van de ultra-linkse provincie, maar wie ben ik om niet bij te dragen aan een dergelijk sympathiek initiatief.

Gisteravond stond ik dus weer op dat podiumpje, voor een zaal die voor de helft bestond uit bejaarden boven de 95 jaar (allen op stoeltjes en in rolstoelen) en voor de andere helft uit studenten in de leeftijd van 20-plus. Een moeilijk publiek want men is daar, op een enkele uitzondering na, GroenLinks, PvdA of CDA, is over het algemeen uiterst genuanceerd, ziet kwetsen toch wel als het grote nadeel van de vrijheid van meningsuiting en de humor wordt er ook meestal gedoseerd. Humor is leuk enzo, maar dan gaarne wel na het intellectuele discours en niet op kosten van de zwakkeren in de samenleving en bij voorkeur progressief en opbouwend. Typisch een publiek voor Bert Brussen zeg maar. Ja, met Bert Brussen kun je vele kanten op (huur hem nu in!)

Omdat ik al wist welk publiek ik zou treffen had ik tijdens het schrijven van mijn column al rekening gehouden met het ter plekke heersende volksempfinden. Echt stevige beledigingen had ik weggelaten en de betere kwetsen om te kwetsen-humor zat er ook niet. Sterker nog, het was een redelijk gestructureerd verhaal wat eerder tot serieus denken aanzette dan tot lachen. Je moet wat voor je twee consumptiebonnen, je bosje bloemen (roze rozen, what the fuck?) en je vijftig euro.

Goed, ik werd dus aangekondigd, de presentator (een filosofie studerende jongeling maakte nog een aardige sneer naar mijn eerder die avond gebezigde rants over de provincie) en ik betrad het podium. Erg nerveus was ik niet, dat is wel eens erger geweest, en het bejaardenpubliek vlak voor het podium leek reuze geïnteresseerd en glimlachte minzaam om die leuke jongen op dat podium, tevens de enige van alle honderd aanwezigen die een colbertje aanhad in plaats van een kek shirtje (“die zal wel VVD stemmen”, hoorde ik ze denken). Ik begon, met een grap over de bejaarden, en er werd direct stevig gegrinnikt en bedeesd gelachen. Prima opening, niks aan de hand, lekker doorgaan.

Op de helft van mijn column, precies bij de zin “de persoonlijke erotische poëzie van Geert Wilders” werd er ineens geschreeuwd uit de zaal. Omdat ik geconcentreerd bezig was drong het de eerste twee seconden niet tot mij door, maar daarna hoorde ik het luid en duidelijk: “DISCUSSIE!”, schreeuwde iemand. Zomaar, uit het niets. Midden in mijn zin. Zonder reden, onbeschoft, totaal debiel. Ik stond godverdomme op een podium een column voor te lezen, was nota bene aangekondigd als columnist, toch meende een of andere provinciaal dat zijn beperkte mening interessant genoeg was om de column mee te verzieken. Je verzint het niet. Zoiets verwacht je niet, ook niet in de meest achterlijke contreien. Welke geretardeerde laagvoorhoofdige stond mijn avond daar in Godsnaam te verzieken?
De zaal was licht genoeg om te kunnen zien welke cryptofascist daar door mijn mening aan het schijten was. Ik keek recht in de ogen van een dikke meneer met een bril. Hij had lange vette krullen en een enigszins afwijkend pafferig gezicht. Hij droeg een versleten polo en, ik verzin dit echt niet, zo’n schuin over het lichaam gedragen “Marokkanentasje”: dat is zo’n leren tasje wat Marokkaanse jongetjes vaak dragen.

Na secondenlang verbijsterd naar hem te hebben gestaard, voelde ik hoe de woede bezit van mij nam. Heel even dacht ik dat ik hem zou aanvliegen. Heel even dacht ik een Lange Fransje te doen: gewoon het publiek in duiken en die te dikke harses van hem tot pulp slaan. Heel even dacht ik: ik ga nu gewoon ordinair staan schelden.

Ik zei: “Wil je anders even op het podium komen staan? Kunnen we discussiëren”. Waarom ik dat zei weet ik niet, het was het eerste wat in mij opkwam. Waarschijnlijk was het een herinnering aan vroeger. Docenten op de middelbare school zeiden ook altijd zoiets als je door hun verhaal heen lulde “wil je het zelf anders even voor de klas komen uitleggen?”.

Als een levensgrote platgereden pad bleef de provinciaal mij vanachter zijn dikke brilleglazen stompzinning aanstaren. Ik herhaalde mijn vraag: “Kom anders even op het podium wil je?”.
“Ik wil discussie!”, riep hij wederom. Vanaf dat moment werd alles raar, wazig en onwerkelijk.

Iemand in het publiek riep: “Het is een column hoor!”. Anderen sisten naar de man, mensen riepen “ga gewoon door”, ik hoorde een “tsjongejongejonge”. Ik was totaal overbluft en volledig uit mijn concentratie. Later zei iemand dat hij “mijn hand steeds erger zag trillen”. Weer iemand anders zei later: “je had gewoon de column helemaal opnieuw van voren af aan moeten lezen”. Zelf dacht ik daar niet aan. Ik ben columnist, geen cabaretier. Ik bereid mij niet voor op interventies uit het publiek.

Ik raffelde de column af, twee keer zo snel als dat ik daarvoor had gelezen. De concentratie was weg, het momentum volledig vernietigd, er viel niets meer te timen. Als een robot las ik zonder enige emotie mijn laatste zinnen en waggelde, zo stijf als een plank, het podium af. Daarna vluchtte ik naar buiten alwaar ik stevig in een hoekje heb staan kotsen.

Je gelooft het gewoon niet: een te warm, te druk zaaltje, voor de helft gevuld met bejaarden, in het diepste van de provinciale linkse ontwikkelingsgebieden, waar je wordt onderbroken door een dikke burger met het realiteitsbesef van een autistische comapatient. Dat kan niet waar zijn. Het was wel waar. Soms zijn dingen gewoon heel erg waar, ook al zouden ze dat niet moeten zijn.

De rest van de avond eindigde in bier aan de bar (van het zaaltje annex oven had ik genoeg gezien) en al snel kwam nog meer mensen na de bar. Een jongen stelde zich voor en zei dat hij blij was met mijn column omdat de hele avond überhaupt saai was, een echtpaar van in de vijftig kwam zich verontschuldigen voor het gedrag van de blatende mossel en bedankten me voor de column, bekenden boden me bier aan, de wandelende wrat met de bril zag ik uiteindelijk snel en met de blik op de grond gericht de kroeg verlaten. De laatste trein ging, uiteraard want het is dus de provincie, ruim voor middernacht, ik lag voor enen dronken op bed (ik ben overigens snel dronken) nu heb ik koppijn.

Hieronder de column. Gaarne geen DISCUSSIE!. Ik pleit voor meer dodelijke ziektes in de regio Nijmegen. Zal ik mijn snor laten staan en een bril gaan dragen?
****
Islam en democratie: welk debat precies?

Geen moeilijkere column dan een column over Islam en democratie. Dat klinkt raar voor een columnist die het liefste columns schrijft over het al-tijd fascinerende fenomeen religie maar over islam schrijven is nog niet zo makkelijk. Het probleem is namelijk dat alles over de islam al eens is gezegd en geschreven, en dat keer 1000.

Neem het internet, mijn persoonlijke favoriete platform. Dat is momenteel verdeeld in islamofoben en..euh…wat andere mensen. De islamofoben zijn in de meerderheid, waarschijnlijk omdat internet vanwege het anonieme karakter nou eenmaal veel meer vullis en ratten aantrekt dan normale media, of gewoon omdat heel veel mensen stiekem islamofoob zijn maar dat niet hardop durven te zeggen omdat ze bang zijn dat ze met tien man politie van hun bed worden gelicht.

Islamofoben hebben geen argumenten. Argumenten zijn absoluut verboden. Voor islamofoben geldt: DE ISLAM IS EEN FASCISTISCHE IDEOLOGIE EN DE PROFEET WAS EEN PEDO! En daar moet men het mee doen. Iedereen die ook maar iets ter nuancering wil inbrengen is een islamofascist, een dhimmi en natuurlijk ook een pedo (wat dacht je dan?).

Dan zijn er ook nog, aan de andere zijde van de enorme kloof, de pro-islamisten. Meestal zijn ze zelf moslim al hangt er ook wel eens iemand bij van de SP of de Internationale Socialisten. De mensen die pro-islam zijn hangen rond op fora als Maroc.nl en hebben, heel gek, ook geen argumenten. Voor pro-islamisten geldt: DE WESTERSE CULTUUR IS HARAM EN BLANKEN ZIJN VOLGEVRETEN KAASKOPPEN! HET WORDT TIJD VOOR HET KALIFAAT!. En daar moet men het mee doen. Iedereen die ook maar iets ter nuancering wil inbrengen is een blanke hoer, een infidel en natuurlijk een homoseksuele kinderverkrachter (wat dacht je dan?).

Tussen deze strijdende partijen zit dus helemaal niks. Er is geen middenmoot die een soort van D66-achtige zalvende nuancering kan aanbrengen. Er is geen leger Doekle Terpstra’s dat een dwingend “hohoho heren, van elkander blijf je af” kan zeggen tegen de strijdende partijen, er is echt alleen maar voor of tegen. Of islam is o.k. en de westerse cultuur moet kapot, of de islam is kut en de westerse cultuur superieur.

Maar dat is internet, hoor ik u denken. Dat is een rioolput, met veel diarree en tot de messias Francisco van Jole komt blijft dat internet bagger, dus die meningen op internet hoeven we niet serieus te nemen. Ja, dat zou je denken. Maar in de reguliere media is het niet perse beter.

Bij de Volkskrant hebben ze sinds kort een nieuwe opinieredacteur. Die plaatst, behalve stukjes van Glamour-journalistes over Zomergasten, doorgaans stukken die het midden houden tussen het partijprogramma van de LPF en de persoonlijke erotische poëzie van Geert Wilders. Ook daar gaat het vooral over deporteren te ja of te nee en over hoofddoekjes (want dat schijnt heel erg te zijn, hoofddoekjes, maar dan wel alleen bij moslims, bij zigeuners, joden, koptisch orthodoxen en Roodkapje is een hoofddoekje ineens geen enkel probleem).

Maar dat is de Volkskrant hoor ik u denken. Dat is een blaadje voor vrouwen van boven de vijftig met vooral in het weekend heel veel truttige stukjes voor de hart en de ziel en andere spirituele nonsens. De meningen in de Volkskrant hoef je niet serieus te nemen. Ja, dat zou je denken. Maar op de televisie is het niet veel beter.

Ach ja, televisie. Moet ik het nog verder uitleggen? Er was eens een in elkaar geflanst filmpje dat Fitna heette en maandenlang werden de actualiteitenrubrieken beheerst door een vooraf proactief gekwetste Balkenende, de Meiden van Halal die het allemaal écht niet vonden kunnen, Wilders die niets wilde zeggen en een algemeen gevoel van het Einde Der Tijden. Als dat Fitna eenmaal zou worden uitgezonden, tsja, kernbommen, derde wereldoorlog, armageddon.

Fitna werd uitgezonden, iedereen lag in een deuk, de moslims bleken alleen te zijn gekwetst omdat ze zo hard hadden moeten lachen en alleen in verre moslimdictaturen werden anti-Wilders demonstraties in scene gezet om toch een beetje het vooroordeel van een hele gevaarlijke religie waar te maken en natuurlijk om Balkenende zijn gezicht nog een béétje te redden. Spoedig daarna was het plas, glas en zapte iedereen verder naar Dancing on Ice en Lingo.

Lijkt mij dat ik het duidelijk genoeg heb geïllustreerd: het integratiedebat en al helemaal het moslimdebat in Nederland zit muurvast. Er valt geen wig meer tussen te rammen en dan nog zou er geen beweging in te krijgen zijn. Beide kanten hebben zich metersdiep ingegraven en communiceren alleen nog maar met katoesjaraketten en witte fosforbommen. Er is voor, er is tegen, er is Fatima Elatik en er is Geert Wilders. En er is het internet wat een soort Geert Wilders en Fatima Elatik 2.0 is.

Er valt voor mij dus niets meer toe te voegen aan dit hele debat. Dus Ik zeg: vrede zij met de profeet en vergeet je schoenen niet uit te doen bij het moskeebezoek.

Tegen de tijd dat hordes wilde radicalen met bomgordels als een tsunami echt ons land overspoelen en de religie van vrede homo’s aan hijskranen ophangt heb ik wel weer een mening.